Strijdigheid BUA met EG-richtlijn
Een ondernemer kan de omzetbelasting die hem door andere ondernemers voor verrichte prestaties in rekening is gebracht in aftrek brengen als hij de goederen en de diensten gebruikt voor belaste handelingen. De aftrek kan echter bij besluit in bepaalde gevallen geheel of gedeeltelijk worden uitgesloten. Die uitsluiting en beperking van de aftrek is geregeld in het Besluit Uitsluiting Aftrek (BUA). Op grond van de BTW-richtlijn mogen de lidstaten de op 1 januari 1979 in hun wetgeving opgenomen uitsluitingen van het aftrekrecht handhaven.
Onder de Tweede EG-richtlijn stond het de lidstaten vrij om loon in natura, het geven van gelegenheid tot sport, ontspanning of privévervoer aan personeel niet als belastbare leveringen of diensten aan te merken. Uiteraard kon de op de hiervoor gebruikte goederen en diensten drukkende omzetbelasting dan niet in aftrek worden gebracht.
De uitsluiting van de aftrek voor het verstrekken van spijs en drank aan het personeel was al vóór 1 januari 1980 in het BUA opgenomen. Vanaf 1 januari 1980 bevat het BUA op dit punt een nieuwe regeling. Deze is niet gelijk aan de regeling zoals die tot 1 januari 1980 gold. Volgens de rechtbank mag de aftrek van voorbelasting met betrekking tot het verstrekken van spijs en drank aan het personeel slechts worden uitgesloten tot zover de oude regeling de aftrek uitsloot. De huidige regeling sluit het recht op aftrek uit van een bedrag van 6% van een surplus van 25% van de aanschaffingskosten van de verstrekte spijs en drank. De aftrek hiervan was onder de werking van de Tweede EG-richtlijn niet uitgesloten en is dus in strijd met het EG-recht.
Een ondernemer kan de omzetbelasting die hem door andere ondernemers voor verrichte prestaties in rekening is gebracht in aftrek brengen als hij de goederen en de diensten gebruikt voor belaste handelingen. De aftrek kan echter bij besluit in bepaalde gevallen geheel of gedeeltelijk worden uitgesloten. Die uitsluiting en beperking van de aftrek is geregeld in het Besluit Uitsluiting Aftrek (BUA). Op grond van de BTW-richtlijn mogen de lidstaten de op 1 januari 1979 in hun wetgeving opgenomen uitsluitingen van het aftrekrecht handhaven.
Onder de Tweede EG-richtlijn stond het de lidstaten vrij om loon in natura, het geven van gelegenheid tot sport, ontspanning of privévervoer aan personeel niet als belastbare leveringen of diensten aan te merken. Uiteraard kon de op de hiervoor gebruikte goederen en diensten drukkende omzetbelasting dan niet in aftrek worden gebracht.
De uitsluiting van de aftrek voor het verstrekken van spijs en drank aan het personeel was al vóór 1 januari 1980 in het BUA opgenomen. Vanaf 1 januari 1980 bevat het BUA op dit punt een nieuwe regeling. Deze is niet gelijk aan de regeling zoals die tot 1 januari 1980 gold. Volgens de rechtbank mag de aftrek van voorbelasting met betrekking tot het verstrekken van spijs en drank aan het personeel slechts worden uitgesloten tot zover de oude regeling de aftrek uitsloot. De huidige regeling sluit het recht op aftrek uit van een bedrag van 6% van een surplus van 25% van de aanschaffingskosten van de verstrekte spijs en drank. De aftrek hiervan was onder de werking van de Tweede EG-richtlijn niet uitgesloten en is dus in strijd met het EG-recht.