
Een BV maakte eind 1997 een bedrag van ƒ 1.300.000 over naar een bankrekening in Luxemburg op naam van haar dga. Een jaar later opende de BV zelf een rekening bij de Luxemburgse bank. Effecten met een waarde van ƒ 1.027.400 werden overgeboekt van de rekening van de dga naar de rekening van de BV. De jaarrekening van de BV vermeldde per 31 december 1997 een deposito bij de Luxemburgse bank van ƒ 1.300.000. De jaarrekening vermeldde per 31 december 1998 de eerder genoemde effecten. De BV bracht het verschil tussen deze twee bedragen ad ƒ 272.610 ten laste van haar winst. De inspecteur accepteerde het geclaimde verlies niet.
Hof Den Bosch deed dat wel. Volgens het hof had het in 1997 naar de bankrekening van de dga overgemaakte bedrag het vermogen van de BV niet verlaten. De dga had dit bedrag in 1998 door middel van een in Luxemburg aangehouden effectendepot voor de BV beheerd. De omstandigheid dat het bedrag van ƒ 1.300.000 wel was verwerkt in de balans van de BV per 31 december 1997 en niet in de aangiften inkomstenbelasting en vermogensbelasting van de dga over 1997 en 1998 leverde onvoldoende grond voor het oordeel dat het geld het vermogen van de BV niet had verlaten. Er was geen beheerovereenkomst tussen de BV en de dga en er waren geen boekingen van opbrengsten ten gunste van de BV. De feiten die het hof aan zijn oordeel ten grondslag had gelegd sloten niet uit dat de overboeking naar een bankrekening van de dga een uitdeling van winst vormde. De latere storting op de rekening van de BV vormde in dat geval een kapitaalstorting.
Zo al sprake was van vermogensbeheer, was ook nog maar de vraag of de BV wel een verlies had geleden ter grootte van het verschil in saldi. Er was geen overzicht gegeven van de mutaties op de bankrekening van de dga in de tussenliggende periode. Zonder deze gegevens was niet uit te sluiten dat de dga met de aan- en verkoop van effecten privé een vermogensverlies had geleden dat ten onrechte ten laste van de winst van de BV werd gebracht of dat de vermogensachteruitgang mede door andere oorzaken dan waardevermindering van aan de BV toebehorende bezittingen was ontstaan.