Stand van jurisprudentie geen aanleiding voor verschoonbare overschrijding bezwaartermijn

Een ondernemer maakte na het verstrijken van de bezwaartermijn van zes weken bezwaar tegen de aangiften omzetbelasting over de periode 2000 tot en met 2003. De belastingdienst verklaarde hem niet-ontvankelijk in zijn bezwaar. De ondernemer verweerde zich daartegen bij de rechtbank, omdat hij meende dat hij recht had op teruggaaf van omzetbelasting. De ondernemer voerde aan dat tijdig indienen van een bezwaarschrift zinloos zou zijn geweest gelet op de stand van de jurisprudentie in die tijd. Volgens de rechtbank ontstond daardoor geen verschoonbare termijnoverschrijding, aangezien er geen nationaal wettelijke bepaling was die hem belette om ter zekerstelling van zijn rechten bezwaar aan te tekenen in afwachting van nadere (Europese) jurisprudentie. Ook het gemeenschapsrecht stond niet in de weg aan niet-ontvankelijkverklaring van de bezwaarschriften. De ondernemer deed daarvoor een beroep op meerdere arresten van het Hof van Justitie EG. De rechtbank oordeelde dat volgens vaste rechtspraak van het Hof van Justitie EG het geven van procesregels een interne aangelegenheid is van de lidstaten. Voor zover deze procesregels betrekking hebben op rechtsvorderingen die verband houden met de bescherming van burgers door het gemeenschapsrecht mogen die regels niet ongunstiger zijn dan die voor soortgelijke nationale vorderingen. Verder mogen die regels de uitoefening van gemeenschapsrechten in de praktijk niet onmogelijk of uiterst moeilijk maken. Daarvan was volgens de rechtbank geen sprake. De inspecteur had terecht de niet-ontvankelijkverklaring uitgesproken.
Een ondernemer maakte na het verstrijken van de bezwaartermijn van zes weken bezwaar tegen de aangiften omzetbelasting over de periode 2000 tot en met 2003. De belastingdienst verklaarde hem niet-ontvankelijk in zijn bezwaar. De ondernemer verweerde zich daartegen bij de rechtbank, omdat hij meende dat hij recht had op teruggaaf van omzetbelasting. De ondernemer voerde aan dat tijdig indienen van een bezwaarschrift zinloos zou zijn geweest gelet op de stand van de jurisprudentie in die tijd. Volgens de rechtbank ontstond daardoor geen verschoonbare termijnoverschrijding, aangezien er geen nationaal wettelijke bepaling was die hem belette om ter zekerstelling van zijn rechten bezwaar aan te tekenen in afwachting van nadere (Europese) jurisprudentie. Ook het gemeenschapsrecht stond niet in de weg aan niet-ontvankelijkverklaring van de bezwaarschriften. De ondernemer deed daarvoor een beroep op meerdere arresten van het Hof van Justitie EG. De rechtbank oordeelde dat volgens vaste rechtspraak van het Hof van Justitie EG het geven van procesregels een interne aangelegenheid is van de lidstaten. Voor zover deze procesregels betrekking hebben op rechtsvorderingen die verband houden met de bescherming van burgers door het gemeenschapsrecht mogen die regels niet ongunstiger zijn dan die voor soortgelijke nationale vorderingen. Verder mogen die regels de uitoefening van gemeenschapsrechten in de praktijk niet onmogelijk of uiterst moeilijk maken. Daarvan was volgens de rechtbank geen sprake. De inspecteur had terecht de niet-ontvankelijkverklaring uitgesproken.
Vestiging Wijk & Aalburg
Kortestraat 20
4261 AA Wijk en Aalburg

Vestiging Zaltbommel
Van Voordenpark 6c
5301 KP Zaltbommel

Openingstijden
Maandag t/m vrijdag 07:00 - 17:30u