Staking onderneming voorkwam vorming vervangingsreserve voor goodwill
Een belastingadviseur was lid van een maatschap die uit vijf personen bestond. De maatschap droeg de onderneming over aan een BV, waarvan de aandelen in handen waren van een stichting. De maten traden per 1 mei 1997 in loondienst bij de BV en accepteerden daarbij een non-concurrentiebeding. De belastingadviseur stelde dat hij niet bij de BV in dienst was getreden, maar met de BV en nog een ander een maatschap was aangegaan. Die stelling kon hij echter niet voldoende onderbouwen. Hof Leeuwarden was daarom van oordeel dat hij zijn onderneming had beƫindigd toen hij zijn maatschapsaandeel overdroeg aan de BV en hij bij de BV in dienst was getreden. Dat betekende, dat de belastingadviseur voor de door hem ontvangen goodwillvergoeding geen vervangingsreserve kon vormen. De boekwinst op de goodwill vormde stakingswinst voor de belastingadviseur. Daarnaast was het recht op zelfstandigenaftrek in geschil. Omdat de belastingadviseur ook nog een kleine onderneming dreef, die hij niet had gestaakt, voldeed hij in 1997 aan het urencriterium en had hij recht op zelfstandigenaftrek.
Een belastingadviseur was lid van een maatschap die uit vijf personen bestond. De maatschap droeg de onderneming over aan een BV, waarvan de aandelen in handen waren van een stichting. De maten traden per 1 mei 1997 in loondienst bij de BV en accepteerden daarbij een non-concurrentiebeding. De belastingadviseur stelde dat hij niet bij de BV in dienst was getreden, maar met de BV en nog een ander een maatschap was aangegaan. Die stelling kon hij echter niet voldoende onderbouwen. Hof Leeuwarden was daarom van oordeel dat hij zijn onderneming had beƫindigd toen hij zijn maatschapsaandeel overdroeg aan de BV en hij bij de BV in dienst was getreden. Dat betekende, dat de belastingadviseur voor de door hem ontvangen goodwillvergoeding geen vervangingsreserve kon vormen. De boekwinst op de goodwill vormde stakingswinst voor de belastingadviseur. Daarnaast was het recht op zelfstandigenaftrek in geschil. Omdat de belastingadviseur ook nog een kleine onderneming dreef, die hij niet had gestaakt, voldeed hij in 1997 aan het urencriterium en had hij recht op zelfstandigenaftrek.