Staking of verplaatsing onderneming?
De grens tussen het verplaatsen van een onderneming en het stopzetten van een onderneming gevolg door de start van een nieuwe onderneming is niet altijd duidelijk te trekken. Het al of niet voortzetten van bestaande activiteiten wordt meestal afgeleid uit het klantenbestand. Wanneer dit niet grotendeels verandert is er meestal sprake van voortzetting van de activiteiten.
De vraag of zich een verplaatsing of een bedrijfsbeëindiging voordeed was aan de orde bij een dierenarts die zijn praktijk in maatschapsverband uitoefende. De andere maten wensten de samenwerking te beëindigen. Een jaar na het uittreden uit de maatschap trad de dierenarts toe tot een andere maatschap. In het tussenliggende jaar werkte de dierenarts al voor deze praktijk. In de loop van het jaar investeerde de dierenarts in apparatuur voor zijn (chirurgische) werkzaamheden in de praktijk. De aard van de werkzaamheden was niet veranderd door de wisseling van maatschap. Eén van zijn vroegere collega’s bleef operatiepatiënten doorsturen, terwijl een grotere cliënt was meegegaan naar de nieuwe praktijk. Volgens de rechtbank was de onderneming in gewijzigde vorm voortgezet en niet gestaakt. De vorming van een herinvesteringsreserve was daarom in principe mogelijk. Zowel ultimo 2002 als ultimo 2003 had de dierenarts het voornemen tot herinvesteren.
De grens tussen het verplaatsen van een onderneming en het stopzetten van een onderneming gevolg door de start van een nieuwe onderneming is niet altijd duidelijk te trekken. Het al of niet voortzetten van bestaande activiteiten wordt meestal afgeleid uit het klantenbestand. Wanneer dit niet grotendeels verandert is er meestal sprake van voortzetting van de activiteiten.
De vraag of zich een verplaatsing of een bedrijfsbeëindiging voordeed was aan de orde bij een dierenarts die zijn praktijk in maatschapsverband uitoefende. De andere maten wensten de samenwerking te beëindigen. Een jaar na het uittreden uit de maatschap trad de dierenarts toe tot een andere maatschap. In het tussenliggende jaar werkte de dierenarts al voor deze praktijk. In de loop van het jaar investeerde de dierenarts in apparatuur voor zijn (chirurgische) werkzaamheden in de praktijk. De aard van de werkzaamheden was niet veranderd door de wisseling van maatschap. Eén van zijn vroegere collega’s bleef operatiepatiënten doorsturen, terwijl een grotere cliënt was meegegaan naar de nieuwe praktijk. Volgens de rechtbank was de onderneming in gewijzigde vorm voortgezet en niet gestaakt. De vorming van een herinvesteringsreserve was daarom in principe mogelijk. Zowel ultimo 2002 als ultimo 2003 had de dierenarts het voornemen tot herinvesteren.