Spreidingsconstructie fictieve onroerende zaak

Het staat iedereen vrij om zodanig te handelen dat zo min mogelijk belasting wordt betaald, zolang dat binnen de grenzen van de wet gebeurt. Die grenzen worden overschreden wanneer door een complex van rechtshandelingen met als doorslaggevende beweegreden belasting te besparen doel en strekking van de wet worden aangetast. Volgens de Hoge Raad is er geen sprake van handelen in strijd met doel en strekking van de wet als het gaat om een voor de hand liggende ontgaansmogelijkheid, die de wetgever door het treffen van een regeling had kunnen uitsluiten. Dat geldt vooral voor anti-misbruikbepalingen. Een voorbeeld van een antimisbruikbepaling is de bepaling in de overdrachtsbelasting die als doel heeft te voorkomen dat onroerende zaken door middel van aandelenoverdrachten worden overgedragen zonder heffing van overdrachtsbelasting. Voorwaarde is het bezit van tenminste 1/3 van de aandelen. Deze bepaling is in 2000 aangepast om te voorkomen dat door het tussenschuiven van rechtspersonen de heffing van overdrachtsbelasting wordt ontgaan. Voor het jaar 2000 was dat een gebruikelijke methode om bij de overdracht van de aandelen in een onroerende zaaklichaam geen overdrachtsbelasting te betalen. De belastingdienst wilde overdrachtsbelasting heffen voor een overdracht van aandelen in een onroerende zaaklichaam die voor 2000 had plaatsgevonden. Volgens de belastingdienst was de belastingheffing op oneigenlijke wijze ontweken door het opzetten van een spreidingsconstructie, waarbij het uiteindelijke economische belang bij een persoon lag, ondanks dat hij formeel slechts 30% van de aandelen in het onroerende zaaklichaam had. Omdat ten tijde van de verkrijging de wetswijziging nog niet in werking was getreden en de gevolgde handelwijze in die tijd gebruikelijk en niet in strijd met de toen geldende wetgeving was, stond de rechtbank navordering van overdrachtsbelasting niet toe.
Het staat iedereen vrij om zodanig te handelen dat zo min mogelijk belasting wordt betaald, zolang dat binnen de grenzen van de wet gebeurt. Die grenzen worden overschreden wanneer door een complex van rechtshandelingen met als doorslaggevende beweegreden belasting te besparen doel en strekking van de wet worden aangetast. Volgens de Hoge Raad is er geen sprake van handelen in strijd met doel en strekking van de wet als het gaat om een voor de hand liggende ontgaansmogelijkheid, die de wetgever door het treffen van een regeling had kunnen uitsluiten. Dat geldt vooral voor anti-misbruikbepalingen.
Een voorbeeld van een antimisbruikbepaling is de bepaling in de overdrachtsbelasting die als doel heeft te voorkomen dat onroerende zaken door middel van aandelenoverdrachten worden overgedragen zonder heffing van overdrachtsbelasting. Voorwaarde is het bezit van tenminste 1/3 van de aandelen. Deze bepaling is in 2000 aangepast om te voorkomen dat door het tussenschuiven van rechtspersonen de heffing van overdrachtsbelasting wordt ontgaan. Voor het jaar 2000 was dat een gebruikelijke methode om bij de overdracht van de aandelen in een onroerende zaaklichaam geen overdrachtsbelasting te betalen.
De belastingdienst wilde overdrachtsbelasting heffen voor een overdracht van aandelen in een onroerende zaaklichaam die voor 2000 had plaatsgevonden. Volgens de belastingdienst was de belastingheffing op oneigenlijke wijze ontweken door het opzetten van een spreidingsconstructie, waarbij het uiteindelijke economische belang bij een persoon lag, ondanks dat hij formeel slechts 30% van de aandelen in het onroerende zaaklichaam had. Omdat ten tijde van de verkrijging de wetswijziging nog niet in werking was getreden en de gevolgde handelwijze in die tijd gebruikelijk en niet in strijd met de toen geldende wetgeving was, stond de rechtbank navordering van overdrachtsbelasting niet toe.
Vestiging Wijk & Aalburg
Kortestraat 20
4261 AA Wijk en Aalburg

Vestiging Zaltbommel
Van Voordenpark 6c
5301 KP Zaltbommel

Openingstijden
Maandag t/m vrijdag 07:00 - 17:30u