Splitsing voorbelasting alleen op basis werkelijk gebruik indien objectief vast te stellen
Een apotheekhoudende huisarts liet in 1999 een woon-praktijkpand bouwen. De in rekening gebrachte omzetbelasting die betrekking had op het praktijkgedeelte van het pand werd als voorbelasting in aftrek gebracht. De prestaties als huisarts zijn vrijgesteld van omzetbelasting, terwijl de leveringen als apotheek belast zijn. In verband met de deels vrijgestelde prestaties moest bij de ingebruikneming van het praktijkgedeelte omzetbelasting worden afgedragen vanwege een interne levering. Daarop bracht de huisarts aan voorbelasting in aftrek een bedrag dat was berekend op basis van de omzetverhouding van belaste en vrijgestelde prestaties (pro-ratamethode). Hof Leeuwarden was in navolging van de inspecteur van mening dat de voorbelasting moest worden bepaald aan de hand van het werkelijke gebruik van de praktijkruimte voor belaste en onbelaste prestaties. Volgens de Hoge Raad rust de bewijslast voor het afwijkende werkelijke gebruik op degene, die van de pro-ratamethode wil afwijken. De vaststelling van het werkelijke gebruik moet wel gebeuren aan de hand van objectief en nauwkeurig vast te stellen gegevens. Het onderscheid tussen de levering van medicijnen en andere goederen door een apotheker en de dienstverlening van een huisarts brengt niet zonder meer mee dat het werkelijke gebruik van een onroerende zaak voor beide prestaties objectief en nauwkeurig kan worden bepaald. Naar het oordeel van de Hoge Raad is dat in de situatie van apotheekhoudende huisarts die zowel handelingen als huisarts en als apotheker verricht in vertrekken van het pand die niet exclusief voor een van de beide soorten werkzaamheden worden gebruikt niet mogelijk. Het werkelijke gebruik kan alleen bij benadering worden bepaald, wat niet voldoende is om af te wijken van de pro-ratamethode.
Een apotheekhoudende huisarts liet in 1999 een woon-praktijkpand bouwen. De in rekening gebrachte omzetbelasting die betrekking had op het praktijkgedeelte van het pand werd als voorbelasting in aftrek gebracht. De prestaties als huisarts zijn vrijgesteld van omzetbelasting, terwijl de leveringen als apotheek belast zijn. In verband met de deels vrijgestelde prestaties moest bij de ingebruikneming van het praktijkgedeelte omzetbelasting worden afgedragen vanwege een interne levering. Daarop bracht de huisarts aan voorbelasting in aftrek een bedrag dat was berekend op basis van de omzetverhouding van belaste en vrijgestelde prestaties (pro-ratamethode). Hof Leeuwarden was in navolging van de inspecteur van mening dat de voorbelasting moest worden bepaald aan de hand van het werkelijke gebruik van de praktijkruimte voor belaste en onbelaste prestaties. Volgens de Hoge Raad rust de bewijslast voor het afwijkende werkelijke gebruik op degene, die van de pro-ratamethode wil afwijken. De vaststelling van het werkelijke gebruik moet wel gebeuren aan de hand van objectief en nauwkeurig vast te stellen gegevens. Het onderscheid tussen de levering van medicijnen en andere goederen door een apotheker en de dienstverlening van een huisarts brengt niet zonder meer mee dat het werkelijke gebruik van een onroerende zaak voor beide prestaties objectief en nauwkeurig kan worden bepaald. Naar het oordeel van de Hoge Raad is dat in de situatie van apotheekhoudende huisarts die zowel handelingen als huisarts en als apotheker verricht in vertrekken van het pand die niet exclusief voor een van de beide soorten werkzaamheden worden gebruikt niet mogelijk. Het werkelijke gebruik kan alleen bij benadering worden bepaald, wat niet voldoende is om af te wijken van de pro-ratamethode.