
Afgezien van de mogelijke toepassing van een vrijstelling moet degene die een schenking krijgt daarover schenkingsrecht betalen. De hoogte van het schenkingsrecht is afhankelijk van de omvang van de schenking en van de relatie tussen schenker en begiftigde. Hoe nauwer de band tussen beiden, hoe hoger de vrijstelling en hoe lager het tarief. Met name tussen ouders en kinderen gelden hoge vrijstellingen en lage tarieven.
Om optimaal daarvan te profiteren schonk een moeder € 20.000 aan haar dochter, onder de verplichting voor de dochter om eenzelfde bedrag aan haar dochter (de kleindochter dus) te schenken. Deze laatste schenking moest vrij van recht gebeuren. Dat houdt in dat niet de begiftigde maar de schenker het schenkingsrecht betaalt. De betaling van schenkingsrecht door de schenker vormt een schenking op zich. De tweede schenking was gedaan onder een aantal ontbindende voorwaarden. Aan geen van de voorwaarden werd voldaan.
De bedoeling was als gezegd om zoveel mogelijk te profiteren van vrijstellingen voor schenkingen van ouders aan kinderen en van de laagste tarieven. Dat pakte anders uit. De inspecteur legde uiteindelijk aan de kleindochter een aanslag op naar een verkrijging van € 21.600. Uitgangspunt voor deze aanslag was een schenking vrij van recht door de grootmoeder in plaats van een schenking door de moeder. Het geschonken bedrag wordt bij een schenking verhoogd met het zogenaamde primaire recht om het te betalen schenkingsrecht te berekenen. Het primaire recht is het bedrag aan schenkingsrecht dat over het geschonken bedrag zou moeten worden betaald als de schenking niet vrij van recht zou zijn geweest. In dit geval bedroeg het primaire recht 8% van € 20.000.
Na vernietiging van de aanslag door Hof Den Haag en vernietiging van de uitspraak van het hof door de Hoge moest Hof Amsterdam de zaak verder behandelen. Volgens dit hof was door de gekozen constructie sprake van een schenking van grootmoeder aan kleindochter. De tussenstap via de dochter was niet van belang, behalve voor de hoogte van de aanslag. De grootmoeder had de betaling van het schenkingsrecht niet voor haar rekening genomen. Er was dus geen schenking vrij van recht. De aanslag werd verlaagd tot € 1.600 (8% van € 20.000). Door de hoogte van de schenking gold er geen vrijstelling.