Schenking bij overname bedrijf van ouders tegen te lage prijs
Voor 1 januari 2002 werd bij de waardering van een onderneming voor de beoordeling van de aanwezigheid van een schenking de eventuele goodwill buiten beschouwing gelaten. Dat gold zowel voor positieve als voor negatieve (“badwill”) goodwill. Met ingang van 1 januari 2002 geldt de waarde in het economische verkeer, zonder reductie in verband met de mogelijkheid deze onderneming nog lonend te kunnen exploiteren. Bij de overdracht van een landbouwbedrijf door ouders aan hun dochter in de loop van 2002 verkreeg de dochter het melkquotum voor de - veel lagere - boekwaarde en scholden haar ouders haar van de berekende overnamesom een aanzienlijk bedrag kwijt. De bevoordeling van de dochter was een schenking ter grootte van het verschil tussen de waarde in het economische verkeer van de overgenomen zaken en rechten en de betaalde overnamesom. De ouders en de dochter hadden een meerwaardeclausule opgenomen. Op grond van deze clausule moest de dochter bij verkoop van de weilanden en het melkquotum binnen 10 jaar de meerwaarde aan haar ouders vergoeden. Deze clausule drukte de waarde van de overgenomen onderneming niet.
Voor 1 januari 2002 werd bij de waardering van een onderneming voor de beoordeling van de aanwezigheid van een schenking de eventuele goodwill buiten beschouwing gelaten. Dat gold zowel voor positieve als voor negatieve (“badwill”) goodwill. Met ingang van 1 januari 2002 geldt de waarde in het economische verkeer, zonder reductie in verband met de mogelijkheid deze onderneming nog lonend te kunnen exploiteren. Bij de overdracht van een landbouwbedrijf door ouders aan hun dochter in de loop van 2002 verkreeg de dochter het melkquotum voor de - veel lagere - boekwaarde en scholden haar ouders haar van de berekende overnamesom een aanzienlijk bedrag kwijt. De bevoordeling van de dochter was een schenking ter grootte van het verschil tussen de waarde in het economische verkeer van de overgenomen zaken en rechten en de betaalde overnamesom. De ouders en de dochter hadden een meerwaardeclausule opgenomen. Op grond van deze clausule moest de dochter bij verkoop van de weilanden en het melkquotum binnen 10 jaar de meerwaarde aan haar ouders vergoeden. Deze clausule drukte de waarde van de overgenomen onderneming niet.