
Wanneer een betrouwbare administratie ontbreekt, kan de Belastingdienst de aanslag ambtshalve vaststellen op basis van een redelijke schatting. In het geval van iemand die een hennepkwekerij had baseerde de inspecteur zijn schatting van de opbrengst op basis van het feitelijke energieverbruik zoals dat was opgenomen in een rapport in de zogenaamde ontnemingsprocedure. Volgens de inspecteur had de hennepkweker in een jaar tweemaal geoogst. De kweker slaagde er niet in te bewijzen dat één oogst was mislukt. Hof Amsterdam was van oordeel dat de inspecteur een redelijke schatting had gemaakt van het belastbare inkomen.
In cassatie voerde de hennepkweker aan dat de schatting van het inkomen door de inspecteur niet juist was, omdat deze afweek van de uitspraak in de strafrechtelijke ontnemingsprocedure. Uit die uitspraak zou volgen dat de kweker maar één oogst had gerealiseerd. De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie ongegrond verklaard. Anders dan de hennepkweker meende is de inspecteur niet verplicht om bij zijn schatting aansluiting te zoeken bij het oordeel van de strafrechter. Het oordeel van de rechter in de ontnemingsprocedure levert ook niet het overtuigende bewijs op dat de schatting van de inkomsten door de inspecteur onjuist is.