Schadevergoeding verduistering door werknemers
Twaalf vroegere medewerkers van een supermarkt waren strafrechtelijk veroordeeld voor verduistering. Zij hadden zonder toestemming van de werkgever geld en goederen uit de supermarkt weggenomen. De werkgever vorderde van twee van de werknemers vergoeding van de totale door hem geleden schade. De werknemers erkenden dat zij onrechtmatig hadden gehandeld en dat de werkgever als gevolg daarvan schade had geleden. Zij waren echter slechts bereid tot vergoeding van een deel van de schade. De rechtbank veroordeelde hen tot vergoeding van de schade die door hen was veroorzaakt. De rechtbank was van oordeel dat niet het gehele door de werkgever gevorderde bedrag kon worden toegewezen. Een deel van het schadebedrag was namelijk te verklaren door het met toestemming van de werkgever meenemen van goederen die over de datum waren. Er stond niet vast dat de bij de diefstallen betrokken werknemers in groepsverband handelden. Daarom kon niet de gevorderde volledige schade worden verhaald op twee van de twaalf betrokkenen. De twee hadden in de strafprocedure toegegeven voor een bedrag van ruim € 7.100 te hebben gestolen. Aangezien beide werknemers hadden aangegeven dat zij samen goederen hadden gestolen waren zij volgens de rechtbank hoofdelijk aansprakelijk voor de schade die zij samen hadden toegebracht. De werkgever had ook vergoeding gevorderd van de accountantskosten die hij had gemaakt in verband met de diefstallen. Het ging om een bedrag van € 10.000. De rechtbank wees deze vordering gedeeltelijk toe. Het afgewezen deel van de vordering was door de werkgever niet onderbouwd.
Twaalf vroegere medewerkers van een supermarkt waren strafrechtelijk veroordeeld voor verduistering. Zij hadden zonder toestemming van de werkgever geld en goederen uit de supermarkt weggenomen. De werkgever vorderde van twee van de werknemers vergoeding van de totale door hem geleden schade. De werknemers erkenden dat zij onrechtmatig hadden gehandeld en dat de werkgever als gevolg daarvan schade had geleden. Zij waren echter slechts bereid tot vergoeding van een deel van de schade. De rechtbank veroordeelde hen tot vergoeding van de schade die door hen was veroorzaakt. De rechtbank was van oordeel dat niet het gehele door de werkgever gevorderde bedrag kon worden toegewezen. Een deel van het schadebedrag was namelijk te verklaren door het met toestemming van de werkgever meenemen van goederen die over de datum waren. Er stond niet vast dat de bij de diefstallen betrokken werknemers in groepsverband handelden. Daarom kon niet de gevorderde volledige schade worden verhaald op twee van de twaalf betrokkenen. De twee hadden in de strafprocedure toegegeven voor een bedrag van ruim € 7.100 te hebben gestolen. Aangezien beide werknemers hadden aangegeven dat zij samen goederen hadden gestolen waren zij volgens de rechtbank hoofdelijk aansprakelijk voor de schade die zij samen hadden toegebracht. De werkgever had ook vergoeding gevorderd van de accountantskosten die hij had gemaakt in verband met de diefstallen. Het ging om een bedrag van € 10.000. De rechtbank wees deze vordering gedeeltelijk toe. Het afgewezen deel van de vordering was door de werkgever niet onderbouwd.