Schadevergoeding ondernemer vormde onderdeel winst
Een ondernemer liep in 1994 bij een verkeersongeval lichamelijk letsel op. De verzekeraar van de automobilist die het ongeluk veroorzaakte keerde in totaal een bedrag van ƒ 195.000 uit aan schadevergoeding, uitgaande van 3 tot 5 % blijvende invaliditeit. De inkomens- resp. bedrijfsschade werd vastgesteld op ƒ 6.000 per jaar. Hof Leeuwarden was op basis van de jaarlijks stijgende omzet van de onderneming van mening dat er geen verlies van arbeidsvermogen was. Het Hof volgde de opvatting van de inspecteur dat ƒ 140.000 van de ontvangen schadevergoeding als compensatie van gederfde of te derven winst belast moest worden. Het onbelast gelaten deel van ƒ 55.000 kon volgens Hof Leeuwarden worden toegerekend aan door het ongeval opgeroepen (extra) kosten, het veroorzaakte ongemak en geleden smart.
Een ondernemer liep in 1994 bij een verkeersongeval lichamelijk letsel op. De verzekeraar van de automobilist die het ongeluk veroorzaakte keerde in totaal een bedrag van ƒ 195.000 uit aan schadevergoeding, uitgaande van 3 tot 5 % blijvende invaliditeit. De inkomens- resp. bedrijfsschade werd vastgesteld op ƒ 6.000 per jaar. Hof Leeuwarden was op basis van de jaarlijks stijgende omzet van de onderneming van mening dat er geen verlies van arbeidsvermogen was. Het Hof volgde de opvatting van de inspecteur dat ƒ 140.000 van de ontvangen schadevergoeding als compensatie van gederfde of te derven winst belast moest worden. Het onbelast gelaten deel van ƒ 55.000 kon volgens Hof Leeuwarden worden toegerekend aan door het ongeval opgeroepen (extra) kosten, het veroorzaakte ongemak en geleden smart.