Samenwonen is familieverhouding voor beoordeling dienstbetrekking
Bij de beoordeling van het bestaan van een privaatrechtelijke dienstbetrekking kan een familieverhouding tussen partijen een rol spelen. De Centrale Raad van Beroep heeft samenwonen nooit als een familieverhouding willen beschouwen. Op dat standpunt is de Centrale Raad van Beroep nooit expliciet teruggekomen. Desondanks was de rechtbank Groningen van oordeel dat deze jurisprudentie niet langer van toepassing is. Uit eerdere uitspraken waarbij het (al dan niet gerechtvaardigd) onderscheid tussen ongehuwd en gehuwd samenwonenden in de sociale zekerheidswetgeving een rol speelde is volgens de rechtbank duidelijk geworden dat de Centrale Raad van Beroep de maatschappelijke ontwikkelingen volgt. Daaruit leidde de rechtbank af dat voor de beoordeling of er al dan niet een dienstbetrekking bestond bij een arbeidsverhouding tussen twee samenwonende personen dat ook tussen samenwonenden een familieverhouding kan bestaan die een gezagsverhouding verhindert. De eerdere opvatting van de Centrale Raad van Beroep was volgens de rechtbank niet meer houdbaar. De Centrale Raad van Beroep onderschreef de uitspraak van de rechtbank.
Bij de beoordeling van het bestaan van een privaatrechtelijke dienstbetrekking kan een familieverhouding tussen partijen een rol spelen. De Centrale Raad van Beroep heeft samenwonen nooit als een familieverhouding willen beschouwen. Op dat standpunt is de Centrale Raad van Beroep nooit expliciet teruggekomen. Desondanks was de rechtbank Groningen van oordeel dat deze jurisprudentie niet langer van toepassing is. Uit eerdere uitspraken waarbij het (al dan niet gerechtvaardigd) onderscheid tussen ongehuwd en gehuwd samenwonenden in de sociale zekerheidswetgeving een rol speelde is volgens de rechtbank duidelijk geworden dat de Centrale Raad van Beroep de maatschappelijke ontwikkelingen volgt. Daaruit leidde de rechtbank af dat voor de beoordeling of er al dan niet een dienstbetrekking bestond bij een arbeidsverhouding tussen twee samenwonende personen dat ook tussen samenwonenden een familieverhouding kan bestaan die een gezagsverhouding verhindert. De eerdere opvatting van de Centrale Raad van Beroep was volgens de rechtbank niet meer houdbaar. De Centrale Raad van Beroep onderschreef de uitspraak van de rechtbank.