Samenvattend besluit waardering pensioen- en lijfrenteverplichtingen

De staatssecretaris van Financiƫn heeft een aantal besluiten inzake de waardering van pensioen- en soortgelijke verplichtingen samengevoegd en geactualiseerd. In verband daarmee zijn de oude besluiten ingetrokken. In het besluit komen de volgende onderwerpen aan de orde:1. Rekenrente bij pensioenverplichtingen in eigen beheer.2. Rekenrente bij verzekerde pensioenverplichtingen.3. Rekenrente bij lijfrenteverplichtingen.4. Overgangsregeling rekenrente voor op 1 januari 2001 bestaande pensioen- en soortgelijke verplichtingen.5. Toepassing artikel 8, zesde lid, Wet Vpb, inbouw gedeeltelijk extern verzekerd kapitaal.6. Waardering pensioenverplichting bij stelselwijziging door ontvoeging uit fiscale eenheid.Ad 1 en 2. Pensioenverplichtingen moeten worden gewaardeerd tegen de geldende marktrente voor langlopende leningen ten tijde van het aangaan van de verplichting. Bij een daling van de rentestand mag de verplichting hoger worden gewaardeerd. In dat geval moet bij een latere rentestijging de verplichting lager worden gewaardeerd, tot deze op het niveau is van de oorspronkelijk gehanteerde rente. Dit geldt zowel voor pensioen in eigen beheer als voor verzekerd pensioen. De staatssecretaris keurt goed, dat de jaarlijkse aangroei ten gevolge van toename van de diensttijd of aanpassing aan de loon- of prijsstijging op zich niet wordt aangemerkt als het aangaan van een nieuwe verplichting. De verplichting mag daarom jaarlijks gewaardeerd blijven tegen de marktrente van het jaar waarin de pensioenaanspraak is toegekend. Verder mag worden uitgegaan van de rente op het einde van het boekjaar waarin de pensioenaanspraak is toegekend of aangepast.Ad 4. In een arrest over de waardering van pensioen- en lijfrenteverplichtingen heeft de Hoge Raad een overgangsregeling geformuleerd voor bestaande verplichtingen. De staatssecretaris heeft die regeling uitgebreid tot verplichtingen die voor 1 januari 2001 tot stand zijn gekomen. In die gevallen mag de voordien gehanteerde rente van veelal 4% worden toegepast.
De staatssecretaris van Financiƫn heeft een aantal besluiten inzake de waardering van pensioen- en soortgelijke verplichtingen samengevoegd en geactualiseerd. In verband daarmee zijn de oude besluiten ingetrokken. In het besluit komen de volgende onderwerpen aan de orde:1. Rekenrente bij pensioenverplichtingen in eigen beheer.2. Rekenrente bij verzekerde pensioenverplichtingen.3. Rekenrente bij lijfrenteverplichtingen.4. Overgangsregeling rekenrente voor op 1 januari 2001 bestaande pensioen- en soortgelijke verplichtingen.5. Toepassing artikel 8, zesde lid, Wet Vpb, inbouw gedeeltelijk extern verzekerd kapitaal.6. Waardering pensioenverplichting bij stelselwijziging door ontvoeging uit fiscale eenheid.Ad 1 en 2. Pensioenverplichtingen moeten worden gewaardeerd tegen de geldende marktrente voor langlopende leningen ten tijde van het aangaan van de verplichting. Bij een daling van de rentestand mag de verplichting hoger worden gewaardeerd. In dat geval moet bij een latere rentestijging de verplichting lager worden gewaardeerd, tot deze op het niveau is van de oorspronkelijk gehanteerde rente. Dit geldt zowel voor pensioen in eigen beheer als voor verzekerd pensioen. De staatssecretaris keurt goed, dat de jaarlijkse aangroei ten gevolge van toename van de diensttijd of aanpassing aan de loon- of prijsstijging op zich niet wordt aangemerkt als het aangaan van een nieuwe verplichting. De verplichting mag daarom jaarlijks gewaardeerd blijven tegen de marktrente van het jaar waarin de pensioenaanspraak is toegekend. Verder mag worden uitgegaan van de rente op het einde van het boekjaar waarin de pensioenaanspraak is toegekend of aangepast.Ad 4. In een arrest over de waardering van pensioen- en lijfrenteverplichtingen heeft de Hoge Raad een overgangsregeling geformuleerd voor bestaande verplichtingen. De staatssecretaris heeft die regeling uitgebreid tot verplichtingen die voor 1 januari 2001 tot stand zijn gekomen. In die gevallen mag de voordien gehanteerde rente van veelal 4% worden toegepast.
Vestiging Wijk & Aalburg
Kortestraat 20
4261 AA Wijk en Aalburg

Vestiging Zaltbommel
Van Voordenpark 6c
5301 KP Zaltbommel

Openingstijden
Maandag t/m vrijdag 07:00 - 17:30u