Samenvattend besluit geruisloze terugkeer bevat enkele nieuwe standpunten
De staatssecretaris van Financiën heeft een aantal besluiten over de geruisloze terugkeer uit een BV samengevoegd en geactualiseerd. In het besluit zijn enkele nieuwe standpunten opgenomen. 1. Een verzoek om toepassing van de geruisloze terugkeer kan worden ingediend tot het moment waarop het niet doen daarvan heeft geleid tot onherroepelijke fiscale gevolgen, zoals het onherroepelijk vaststaan van de aanslag vennootschapsbelasting van de vennootschap over het jaar dat voorafgaat aan het overgangstijdstip of de aanslag inkomstenbelasting van een voortzettende aandeelhouder over het jaar van het overgangstijdstip. 2. Onder verwijzing naar twee arresten van de Hoge Raad, waarin voor de toepassing van de geruisloze inbreng is toegestaan dat tegelijkertijd met de inbreng wijzigingen in de aard of de omvang van de activiteiten worden aangebracht is een gedeeltelijke staking na toepassing van de regeling van de geruisloze terugkeer toegestaan. Voorwaarde is dat wat de aandeelhouder voortzet een onderneming vormt in de zin van de Wet IB 2001. De faciliteit is niet van toepassing wanneer overdracht of liquidatie van de onderneming aan derden de achterliggende gedachte is.3. De faciliteit van de geruisloze terugkeer is niet van toepassing op een onderlinge schuldverhouding tussen de vennootschap en de voortzettende aandeelhouder. De staatssecretaris keurt goed dat bij de bepaling van de terugkeerreserve de waarde van de vermogensbestanddelen van de voortgezette onderneming wordt verminderd met de schuld die de vennootschap aan de voortzettende ondernemer had, voor zover deze schuld niet bij de ontbinding van de vennootschap in het vervreemdingsvoordeel uit aanmerkelijk belang tot uitdrukking is gekomen. 4. Uitgangspunt van de geruisloze terugkeer is dat de vóór de terugkeer bestaande aanmerkelijk belangclaim na de terugkeer wordt afgewikkeld door hetzij directe afrekening, hetzij verwerking in de terugkeerreserve. Een potentieel aanmerkelijk belangverlies wordt bij toepassing van de geruisloze terugkeer verplicht doorgeschoven. Een positieve liquidatie-uitkering wordt direct in aanmerking genomen. Een redelijke wetstoepassing brengt mee dat een positieve liquidatie-uitkering bij een per saldo negatief vermogen niet in aanmerking wordt genomen.
De staatssecretaris van Financiën heeft een aantal besluiten over de geruisloze terugkeer uit een BV samengevoegd en geactualiseerd. In het besluit zijn enkele nieuwe standpunten opgenomen. 1. Een verzoek om toepassing van de geruisloze terugkeer kan worden ingediend tot het moment waarop het niet doen daarvan heeft geleid tot onherroepelijke fiscale gevolgen, zoals het onherroepelijk vaststaan van de aanslag vennootschapsbelasting van de vennootschap over het jaar dat voorafgaat aan het overgangstijdstip of de aanslag inkomstenbelasting van een voortzettende aandeelhouder over het jaar van het overgangstijdstip. 2. Onder verwijzing naar twee arresten van de Hoge Raad, waarin voor de toepassing van de geruisloze inbreng is toegestaan dat tegelijkertijd met de inbreng wijzigingen in de aard of de omvang van de activiteiten worden aangebracht is een gedeeltelijke staking na toepassing van de regeling van de geruisloze terugkeer toegestaan. Voorwaarde is dat wat de aandeelhouder voortzet een onderneming vormt in de zin van de Wet IB 2001. De faciliteit is niet van toepassing wanneer overdracht of liquidatie van de onderneming aan derden de achterliggende gedachte is.3. De faciliteit van de geruisloze terugkeer is niet van toepassing op een onderlinge schuldverhouding tussen de vennootschap en de voortzettende aandeelhouder. De staatssecretaris keurt goed dat bij de bepaling van de terugkeerreserve de waarde van de vermogensbestanddelen van de voortgezette onderneming wordt verminderd met de schuld die de vennootschap aan de voortzettende ondernemer had, voor zover deze schuld niet bij de ontbinding van de vennootschap in het vervreemdingsvoordeel uit aanmerkelijk belang tot uitdrukking is gekomen. 4. Uitgangspunt van de geruisloze terugkeer is dat de vóór de terugkeer bestaande aanmerkelijk belangclaim na de terugkeer wordt afgewikkeld door hetzij directe afrekening, hetzij verwerking in de terugkeerreserve. Een potentieel aanmerkelijk belangverlies wordt bij toepassing van de geruisloze terugkeer verplicht doorgeschoven. Een positieve liquidatie-uitkering wordt direct in aanmerking genomen. Een redelijke wetstoepassing brengt mee dat een positieve liquidatie-uitkering bij een per saldo negatief vermogen niet in aanmerking wordt genomen.