Samenvattend besluit beschikbare premieregelingen
Bij de vormgeving van een pensioenregeling kan de uiteindelijk haalbare uitkering het uitgangspunt zijn. De premie die voor de financiering van het pensioen nodig is, is dan een gevolg van de gekozen uitgangspunten. De premie kan, afhankelijk van de regeling, behoorlijk oplopen. Alternatief is dat de premie als uitgangspunt wordt genomen, waarbij de aan te kopen uitkering dan het gevolg is. Voordeel van een dergelijke beschikbare premieregeling is dat de kosten van de regeling te overzien zijn. Nadeel kan zijn dat werknemers door de beperking in de premie onvoldoende pensioen opbouwen.
De Wet op de Loonbelasting bepaalt dat een op een beschikbare premieregeling gebaseerd pensioen tijdsevenredig moet worden opgebouwd. Na 35 opbouwjaren mag het pensioen niet meer dan 70% bedragen van het dan geldende salaris. De staatssecretaris van Financiën heeft in een besluit staffels vastgelegd die gebruikt kunnen worden bij de uitvoering van de pensioenovereenkomst. Deze staffels gaan uit van pensioenopbouw volgens het middelloonstelsel.
Daarnaast bestaan er zogenaamde kapitaalovereenkomsten (kapitaalverzekeringen met pensioenclausule). De Wet op de Loonbelasting kent dergelijke pensioenregelingen niet. Daarom heeft de staatssecretaris gebruik gemaakt van zijn bevoegdheid om regelingen aan te wijzen als pensioenregeling.
In een besluit uit 2004 heeft de staatssecretaris het standpunt ingenomen dat pensioenregelingen met uitkeringen in beleggingseenheden in plaats van in euro’s niet voldoen aan de Wet op de Loonbelasting. In dat besluit heeft de staatssecretaris een aantal met name genoemde regelingen tijdelijk aangewezen als pensioenregeling. Vanwege de invoering van de Pensioenwet, die voorschrijft dat een pensioenuitkering moet worden vastgesteld in een wettig Nederlands betaalmiddel, heeft de staatssecretaris die aanwijzing per 1 januari 2008 ingetrokken. Uitkeringen uit vóór 2008 verworven aanspraken hoeven niet te worden omgezet in euro’s maar mogen worden gedaan in beleggingseenheden. Alle uitkeringen uit nà 2007 verworven aanspraken moeten worden gedaan in euro’s. Als dat niet het geval is, zijn de aanspraken op uitkering belast.
Bij de vormgeving van een pensioenregeling kan de uiteindelijk haalbare uitkering het uitgangspunt zijn. De premie die voor de financiering van het pensioen nodig is, is dan een gevolg van de gekozen uitgangspunten. De premie kan, afhankelijk van de regeling, behoorlijk oplopen. Alternatief is dat de premie als uitgangspunt wordt genomen, waarbij de aan te kopen uitkering dan het gevolg is. Voordeel van een dergelijke beschikbare premieregeling is dat de kosten van de regeling te overzien zijn. Nadeel kan zijn dat werknemers door de beperking in de premie onvoldoende pensioen opbouwen.
De Wet op de Loonbelasting bepaalt dat een op een beschikbare premieregeling gebaseerd pensioen tijdsevenredig moet worden opgebouwd. Na 35 opbouwjaren mag het pensioen niet meer dan 70% bedragen van het dan geldende salaris. De staatssecretaris van Financiën heeft in een besluit staffels vastgelegd die gebruikt kunnen worden bij de uitvoering van de pensioenovereenkomst. Deze staffels gaan uit van pensioenopbouw volgens het middelloonstelsel.
Daarnaast bestaan er zogenaamde kapitaalovereenkomsten (kapitaalverzekeringen met pensioenclausule). De Wet op de Loonbelasting kent dergelijke pensioenregelingen niet. Daarom heeft de staatssecretaris gebruik gemaakt van zijn bevoegdheid om regelingen aan te wijzen als pensioenregeling.
In een besluit uit 2004 heeft de staatssecretaris het standpunt ingenomen dat pensioenregelingen met uitkeringen in beleggingseenheden in plaats van in euro’s niet voldoen aan de Wet op de Loonbelasting. In dat besluit heeft de staatssecretaris een aantal met name genoemde regelingen tijdelijk aangewezen als pensioenregeling. Vanwege de invoering van de Pensioenwet, die voorschrijft dat een pensioenuitkering moet worden vastgesteld in een wettig Nederlands betaalmiddel, heeft de staatssecretaris die aanwijzing per 1 januari 2008 ingetrokken. Uitkeringen uit vóór 2008 verworven aanspraken hoeven niet te worden omgezet in euro’s maar mogen worden gedaan in beleggingseenheden. Alle uitkeringen uit nà 2007 verworven aanspraken moeten worden gedaan in euro’s. Als dat niet het geval is, zijn de aanspraken op uitkering belast.