
Bij schenking van een onroerende zaak is zowel overdrachtsbelasting als schenkbelasting verschuldigd over de waarde van de zaak. Omdat er dan sprake is van een cumulatie van belastingheffing, geldt er een samenloopbepaling. De schenkbelasting wordt verminderd met de overdrachtsbelasting die over hetzelfde bedrag is betaald.
Iemand kocht van haar moeder een in aanbouw zijnde woning voor een bedrag van € 400.000. Moeder schold daarvan € 95.000 ten titel van schenking kwijt. Omdat moeder de woning in aanbouw binnen zes maanden had doorgeleverd, hoefde de dochter slechts over het verschil in koopprijs overdrachtsbelasting te betalen. Moeder had eerder over € 285.000 belasting betaald, zodat dochter slechts over € 115.000 overdrachtsbelasting hoefde te betalen. Over de schenking van € 95.000 werd conform de ingediende aangifte een aanslag schenkbelasting opgelegd.
De vraag was of de aanslag schenkingsrecht verminderd moest worden met (een deel van) de betaalde overdrachtsbelasting. De dochter meende dat het kwijtgescholden deel van de koopsom zoveel mogelijk moest worden toegerekend aan het deel van de koopprijs waarover overdrachtsbelasting verschuldigd was. De Successiewet schrijft niet voor hoe het bedrag waarover schenkbelasting verschuldigd is moet worden toegerekend aan het gedeelte van de onroerende zaak waarover overdrachtsbelasting verschuldigd is. Hof Arnhem deelde de opvatting van de dochter, dat toerekening zoveel mogelijk moest plaatsvinden aan het bedrag waarover overdrachtsbelasting is betaald, niet. Een redelijke uitleg is dat het bedrag waarover overdrachtsbelasting is betaald pro rata wordt toegerekend aan het bedrag waarover schenkbelasting is verschuldigd en het bedrag waarover geen schenkbelasting is verschuldigd.