Restvrijstelling geldt niet voor kinderen

Over erfenissen moet successierecht betaald worden. De hoogte van deze belasting is afhankelijk van de relatie tot de overledene en de hoogte van de verkrijging. Afhankelijk van de relatie van de erfgenaam tot de overledene gelden er vrijstellingen. Voor kinderen die erven van hun ouders geldt een vrijstelling indien de verkrijging een bepaald bedrag niet overschrijdt. Aan het einde van de opsomming van vrijstellingen bevat de wet een soort restvrijstelling, die geldt voor ander gevallen dan eerder in de opsomming genoemd. Anders dan de vrijstelling voor kinderen blijft deze vrijstelling intact ook als de verkrijging hoger is dan het bedrag van de vrijstelling. Op deze restbepaling deden kinderen die bij het overlijden van hun vader meer verkregen dan het voor toepassing van de vrijstelling voor kinderen in 2002 geldende maximum van € 23.987 een beroep. De restvrijstelling bedroeg in dat jaar overigens € 1679. Zowel Hof Arnhem als de Hoge Raad is van oordeel dat de restvrijstelling voor deze gevallen niet is bedoeld. Tot 1 januari 2002 was de restvrijstelling een zogenaamde drempelvrijstelling, dat wil zeggen dat hij verviel als de verkrijging groter was dan het bedrag van de vrijstelling. Daardoor kon deze vrijstelling niet van toepassing zijn op verkrijgingen door echtgenoten en kinderen, omdat voor hun hogere drempelvrijstellingen golden. De omzetting per 1 januari 2002 van de restvrijstelling in een voetvrijstelling, die van kracht blijft bij een hogere verkrijging dan het bedrag van de vrijstelling, heeft daarom naar de bedoeling van de wetgever geen gevolgen voor verkrijgers in tariefgroep I, zoals echtgenoten en kinderen. De tekst van de wetsbepaling leidt niet tot een andere uitleg, aldus de Hoge Raad.
Over erfenissen moet successierecht betaald worden. De hoogte van deze belasting is afhankelijk van de relatie tot de overledene en de hoogte van de verkrijging. Afhankelijk van de relatie van de erfgenaam tot de overledene gelden er vrijstellingen. Voor kinderen die erven van hun ouders geldt een vrijstelling indien de verkrijging een bepaald bedrag niet overschrijdt. Aan het einde van de opsomming van vrijstellingen bevat de wet een soort restvrijstelling, die geldt voor ander gevallen dan eerder in de opsomming genoemd. Anders dan de vrijstelling voor kinderen blijft deze vrijstelling intact ook als de verkrijging hoger is dan het bedrag van de vrijstelling.
Op deze restbepaling deden kinderen die bij het overlijden van hun vader meer verkregen dan het voor toepassing van de vrijstelling voor kinderen in 2002 geldende maximum van € 23.987 een beroep. De restvrijstelling bedroeg in dat jaar overigens € 1679. Zowel Hof Arnhem als de Hoge Raad is van oordeel dat de restvrijstelling voor deze gevallen niet is bedoeld.
Tot 1 januari 2002 was de restvrijstelling een zogenaamde drempelvrijstelling, dat wil zeggen dat hij verviel als de verkrijging groter was dan het bedrag van de vrijstelling. Daardoor kon deze vrijstelling niet van toepassing zijn op verkrijgingen door echtgenoten en kinderen, omdat voor hun hogere drempelvrijstellingen golden.
De omzetting per 1 januari 2002 van de restvrijstelling in een voetvrijstelling, die van kracht blijft bij een hogere verkrijging dan het bedrag van de vrijstelling, heeft daarom naar de bedoeling van de wetgever geen gevolgen voor verkrijgers in tariefgroep I, zoals echtgenoten en kinderen.
De tekst van de wetsbepaling leidt niet tot een andere uitleg, aldus de Hoge Raad.
Vestiging Wijk & Aalburg
Kortestraat 20
4261 AA Wijk en Aalburg

Vestiging Zaltbommel
Van Voordenpark 6c
5301 KP Zaltbommel

Openingstijden
Maandag t/m vrijdag 07:00 - 17:30u