
Op 19 juni heeft de Hoge Raad enkele arresten gewezen over de houdbaarheid van conserverende aanslagen over de waarde van pensioen- en lijfrenteaanspraken bij emigratie onder de werking van belastingverdragen. Naar aanleiding van deze arresten heeft de staatssecretaris van Financiën een wetsvoorstel ingediend ter reparatie van de gaten in de bestaande wetgeving. Het wetsvoorstel is met voortvarendheid ingediend en is inmiddels in behandeling bij de Tweede Kamer.
In de Tweede Kamer is gevraagd waarom de regering denkt dat de nieuwe regeling, bestaande uit het terugnemen van de eerder genoten aftrek van pensioen- en lijfrentepremies bij emigratie, niet strijdig is met de goede trouw die tussen verdragspartners geldt. Volgens de staatssecretaris is het bezwaar van de huidige regeling dat deze teveel lijkt op een heffing over de afkoopsom. Afhankelijk van de regeling ter voorkoming van dubbele belasting kan dat een probleem opleveren. Dat bezwaar kan worden weggenomen door het totaal van de vrijgestelde of in aftrek gebrachte premies te kwalificeren als negatieve uitgaven voor inkomensvoorzieningen. Over dat bedrag wordt een conserverende aanslag opgelegd. Als het pensioen of de lijfrente na afkoop wordt afgekocht en de afkoopsom in het nieuwe woonland belast is, kan dubbele belastingheffing ontstaan. In dergelijke gevallen zal in overleg met die andere staat een oplossing worden gezocht. In veel gevallen zal de afkoopsom in de andere staat niet belast zijn of is alleen de in de afkoopsom begrepen rente belast. Van dubbele belastingheffing is dan geen sprake.