Rentevergoeding onderbedeling

Een erflater had in zijn testament een ouderlijke boedelverdeling opgenomen. Daarin had hij onder meer bepaald dat over vorderingen van de kinderen op zijn echtgenote geen rente verschuldigd was. Na het overlijden van de man sloot de echtgenote met de kinderen een overeenkomst, waarin de echtgenote zich verplichtte om, in afwijking van het testament, een enkelvoudige rente die overeen zou komen met een samengestelde rente van 6% per jaar te betalen over de vorderingen van de kinderen.

De inspecteur meende dat er sprake was van een schenking van de echtgenote aan de kinderen en legde daarom aanslagen schenkingsrecht op. Hof Amsterdam was van oordeel dat de aanslagen terecht waren opgelegd. In cassatie oordeelde de Hoge Raad anders. Voor de toepassing van de Successiewet wordt onder verkrijging krachtens erfrecht ook verstaan de rente over een overbedelingsvordering die in een overeenkomst over rentevergoeding is vastgelegd. Volgens het Burgerlijk Wetboek wordt over een overbedelingsschuld, tenzij de erflater of de echtgenoot en de kinderen anders hebben bepaald, rente vergoed gelijk aan de wettelijke rente, voor zover het percentage daarvan hoger is dan zes. De Hoge Raad is van oordeel dat elke vergoeding van rente, dus ongeacht of het gaat om de wettelijke rente, een testamentair bepaalde rente of een overeengekomen rente, over een overbedelingsvordering een erfrechtelijke verkrijging vormt en geen schenking.

De enige beperking die de wetgever heeft willen aanbrengen betreft de termijn waarbinnen na het overlijden nog overeenkomsten over rentevergoeding kunnen worden gesloten waarvan de uitkomst met een erfrechtelijke verkrijging wordt gelijkgesteld.

<P style="MARGIN: 0cm 0cm 0pt">Een erflater had in zijn testament een ouderlijke boedelverdeling opgenomen. Daarin had hij onder meer bepaald dat over vorderingen van de kinderen op zijn echtgenote geen rente verschuldigd was. Na het overlijden van de man sloot de echtgenote met de kinderen een overeenkomst, waarin de echtgenote zich verplichtte om, in afwijking van het testament, een enkelvoudige rente die overeen zou komen met een samengestelde rente van 6% per jaar te betalen over de vorderingen van de kinderen.</P>
<P style="MARGIN: 0cm 0cm 0pt">De inspecteur meende dat er sprake was van een schenking van de echtgenote aan de kinderen en legde daarom aanslagen schenkingsrecht op. Hof Amsterdam was van oordeel dat de aanslagen terecht waren opgelegd. In cassatie oordeelde de Hoge Raad anders. Voor de toepassing van de Successiewet wordt onder verkrijging krachtens erfrecht ook verstaan de rente over een overbedelingsvordering die in een overeenkomst over rentevergoeding is vastgelegd. Volgens het Burgerlijk Wetboek wordt over een overbedelingsschuld, tenzij de erflater of de echtgenoot en de kinderen anders hebben bepaald, rente vergoed gelijk aan de wettelijke rente, voor zover het percentage daarvan hoger is dan zes. De Hoge Raad is van oordeel dat elke vergoeding van rente, dus ongeacht of het gaat om de wettelijke rente, een testamentair bepaalde rente of een overeengekomen rente, over een overbedelingsvordering een erfrechtelijke verkrijging vormt en geen schenking.</P>
<P style="MARGIN: 0cm 0cm 0pt">De enige beperking die de wetgever heeft willen aanbrengen betreft de termijn waarbinnen na het overlijden nog overeenkomsten over rentevergoeding kunnen worden gesloten waarvan de uitkomst met een erfrechtelijke verkrijging wordt gelijkgesteld.</P>
Vestiging Wijk & Aalburg
Kortestraat 20
4261 AA Wijk en Aalburg

Vestiging Zaltbommel
Van Voordenpark 6c
5301 KP Zaltbommel

Openingstijden
Maandag t/m vrijdag 07:00 - 17:30u