
De Wet op de Vennootschapsbelasting kent een aftrekbeperking voor betaalde rente over schulden aan verbonden lichamen of verbonden natuurlijke personen, die feitelijk functioneren als eigen vermogen. De aftrekbeperking ziet op het gezamenlijke bedrag van rente, kosten en valutaresultaten op geldleningen die aan de gegeven omschrijving voldoen.
Naar het oordeel van de Hoge Raad omvat het begrip "resultaten" zowel winsten als verliezen. Eventuele valutawinsten moeten worden gesaldeerd met betaalde rente en kosten en met eventueel geleden valutaverliezen. Het saldo is niet aftrekbaar of, ingeval van een positief bedrag, niet belast. Zou dat anders zijn, dan zou dat tot gevolg kunnen hebben dat de zogenoemde totaalwinst van een belastingplichtige afwijkt van de som van de jaarwinsten. De Hoge Raad kwam tot dit oordeel in een procedure die betrekking had op een in Nederland gevestigde BV die een groot bedrag in Amerikaanse dollars had geleend van haar moedermaatschappij. De BV leende dat bedrag door aan een dochtermaatschappij. Eind 2004 zette de moedermaatschappij haar vordering om in informeel kapitaal. De BV realiseerde daarbij een valutawinst van ruim € 4 miljoen. Die valutawinst werd gesaldeerd met de voor de omzetting op de lening betaalde rente. Het voordeel was niet belast.