Rente op oude vordering

Een vordering kan teniet gaan door betaling van het verschuldigde bedrag door de schuldenaar. Schuldvermenging is een andere vorm van tenietgaan van een vordering. Bij schuldvermenging komen de vordering en de schuld in het vermogen van dezelfde persoon en vallen tegen elkaar weg. Schuldvermenging kan zich voordoen wanneer de schuldeiser erfgenaam is van de schuldenaar en de schuldenaar overlijdt.

 

Een man had zijn zoon als enige erfgenaam aangewezen in zijn testament. Ten behoeve van zijn echtgenote had hij een legaat opgenomen, waardoor zij het recht had op alle goederen en rechten van de nalatenschap onder de verplichting om de waarde daarvan boven een bedrag van f 750.000 met rente te vergoeden aan haar zoon. Deze vergoeding was opeisbaar bij het overlijden van de moeder.

Na de afwikkeling van de nalatenschap van vader had moeder een schuld van f 1,7 miljoen aan haar zoon. Onder de tot 1 januari 1997 geldende wetgeving zou de rente bij voldoening geheel aftrekbaar zijn geweest. Per 1 januari 1997 is de regeling voor aftrek van rente onder de persoonlijke verplichtingen gewijzigd. Op 31 december 2000 bedroeg de verschuldigde rente € 765.126. Een deel van € 317.646 daarvan had betrekking op de eigenwoningschuld van de moeder. De moeder overleed op 24 juli 2002. Haar zoon was de enige erfgenaam.

De vraag was of de rente voor zover deze geen betrekking had op de eigenwoningschuld van de moeder, op grond van de Invoeringswet Wet IB 2001 progressief belast inkomen voor de zoon vormde. Hof Amsterdam beantwoordde die vraag ontkennend op grond van de uitzondering die geldt voor renten van schuldvorderingen die zijn ontstaan in verband met de verdeling van een nalatenschap.

Volgens de Hoge Raad is het oordeel van het hof onjuist. De schuld van moeder aan haar zoon is niet ontstaan bij de verdeling van een nalatenschap omdat moeder geen erfgenaam was. De uitzondering waar het hof naar verwees is dus niet van toepassing in dit geval.

De zoon had zich voor het hof beroepen op een oude resolutie van de minister van Financiën uit 1950 waaruit zou blijken dat rente in een situatie van schuldvermenging geen belastbaar inkomen vormt. De resolutie ging echter uit van de aftrekbaarheid van de rente bij de betaler tegenover de belastbaarheid bij de ontvanger. Onder de huidige wetgeving is aftrek van rente als persoonlijke verplichting niet mogelijk en is dus geen reden om de genoten rente buiten de heffing te laten.

<P style="MARGIN: 0cm 0cm 0pt">Een vordering kan teniet gaan door betaling van het verschuldigde bedrag door de schuldenaar. Schuldvermenging is een andere vorm van tenietgaan van een vordering. Bij schuldvermenging komen de vordering en de schuld in het vermogen van dezelfde persoon en vallen tegen elkaar weg. Schuldvermenging kan zich voordoen wanneer de schuldeiser erfgenaam is van de schuldenaar en de schuldenaar overlijdt.</P>
<P style="MARGIN: 0cm 0cm 0pt"><?xml:namespace prefix = o ns = "urn:schemas-microsoft-com:office:office" /><o:p>&nbsp;</o:p></P>
<P style="MARGIN: 0cm 0cm 0pt">Een man had zijn zoon als enige erfgenaam aangewezen in zijn testament. Ten behoeve van zijn echtgenote had hij een legaat opgenomen, waardoor zij het recht had op alle goederen en rechten van de nalatenschap onder de verplichting om de waarde daarvan boven een bedrag van f 750.000 met rente te vergoeden aan haar zoon. Deze vergoeding was opeisbaar bij het overlijden van de moeder. </P>
<P style="MARGIN: 0cm 0cm 0pt">Na de afwikkeling van de nalatenschap van vader had moeder een schuld van f 1,7 miljoen aan haar zoon. Onder de tot 1 januari 1997 geldende wetgeving zou de rente bij voldoening geheel aftrekbaar zijn geweest. Per 1 januari 1997 is de regeling voor aftrek van rente onder de persoonlijke verplichtingen gewijzigd. Op 31 december 2000 bedroeg de verschuldigde rente € 765.126. Een deel van € 317.646 daarvan had betrekking op de eigenwoningschuld van de moeder. De moeder overleed op 24 juli 2002. Haar zoon was de enige erfgenaam. </P>
<P style="MARGIN: 0cm 0cm 0pt">De vraag was of de rente voor zover deze geen betrekking had op de eigenwoningschuld van de moeder, op grond van de Invoeringswet Wet IB 2001 progressief belast inkomen voor de zoon vormde. Hof Amsterdam beantwoordde die vraag ontkennend op grond van de uitzondering die geldt voor renten van schuldvorderingen die zijn ontstaan in verband met de verdeling van een nalatenschap. </P>
<P style="MARGIN: 0cm 0cm 0pt">Volgens de Hoge Raad is het oordeel van het hof onjuist. De schuld van moeder aan haar zoon is niet ontstaan bij de verdeling van een nalatenschap omdat moeder geen erfgenaam was. De uitzondering waar het hof naar verwees is dus niet van toepassing in dit geval. </P>
<P style="MARGIN: 0cm 0cm 0pt">De zoon had zich voor het hof beroepen op een oude resolutie van de minister van Financiën uit 1950 waaruit zou blijken dat rente in een situatie van schuldvermenging geen belastbaar inkomen vormt. De resolutie ging echter uit van de aftrekbaarheid van de rente bij de betaler tegenover de belastbaarheid bij de ontvanger. Onder de huidige wetgeving is aftrek van rente als persoonlijke verplichting niet mogelijk en is&nbsp;dus geen reden om de genoten rente buiten de heffing te laten.</P>
Vestiging Wijk & Aalburg
Kortestraat 20
4261 AA Wijk en Aalburg

Vestiging Zaltbommel
Van Voordenpark 6c
5301 KP Zaltbommel

Openingstijden
Maandag t/m vrijdag 07:00 - 17:30u