Renovatiekosten oud woonschip waren geen onderhoudskosten monumentenwoning
Iemand kocht in 1998 een oude Friese tjalk. Hij gebruikte het schip als woning. Na een grondige renovatie werd het schip in het Nationaal Register Varende Monumenten opgenomen. De renovatiekosten bedroegen in 1999 ƒ 295.745. De eigenaar bracht deze in zijn aangifte inkomstenbelasting in aftrek als onderhoudskosten monumentenwoning. Ook in de jaren 2000 tot en met 2003 maakte de eigenaar renovatiekosten. De totale kostprijs van het schip bedroeg uiteindelijk ƒ 450.000. Volgens Hof Den Bosch had de eigenaar geen recht op aftrek van de renovatiekosten, omdat het schip geen bron van inkomen vormde. De huurwaarde van de tjalk bedroeg ƒ 12.500 per jaar. De inspecteur berekende de jaarlijkse afschrijving op ƒ 9.750. Gezien de jaarlijkse kosten van verzekering van ƒ 2.500 en het liggeld van ƒ 1.500 was een belastbaar voordeel niet te verwachten. Het sterk negatieve saldo van opbrengsten en kosten over de periode 1999 tot en met 2002 zal dan ook niet worden ingelopen. Ten overvloede merkte het Hof op dat ook als het schip wel een bron van inkomen zou zijn er geen recht op aftrek van de renovatiekosten was, omdat er door de renovatie een nieuwe bron was ontstaan. Het oude transportschip waarop gewoond kon worden was door de renovatie een woonschip geworden.
Iemand kocht in 1998 een oude Friese tjalk. Hij gebruikte het schip als woning. Na een grondige renovatie werd het schip in het Nationaal Register Varende Monumenten opgenomen. De renovatiekosten bedroegen in 1999 ƒ 295.745. De eigenaar bracht deze in zijn aangifte inkomstenbelasting in aftrek als onderhoudskosten monumentenwoning. Ook in de jaren 2000 tot en met 2003 maakte de eigenaar renovatiekosten. De totale kostprijs van het schip bedroeg uiteindelijk ƒ 450.000. Volgens Hof Den Bosch had de eigenaar geen recht op aftrek van de renovatiekosten, omdat het schip geen bron van inkomen vormde. De huurwaarde van de tjalk bedroeg ƒ 12.500 per jaar. De inspecteur berekende de jaarlijkse afschrijving op ƒ 9.750. Gezien de jaarlijkse kosten van verzekering van ƒ 2.500 en het liggeld van ƒ 1.500 was een belastbaar voordeel niet te verwachten. Het sterk negatieve saldo van opbrengsten en kosten over de periode 1999 tot en met 2002 zal dan ook niet worden ingelopen. Ten overvloede merkte het Hof op dat ook als het schip wel een bron van inkomen zou zijn er geen recht op aftrek van de renovatiekosten was, omdat er door de renovatie een nieuwe bron was ontstaan. Het oude transportschip waarop gewoond kon worden was door de renovatie een woonschip geworden.