Reikwijdte vrijstelling medische prestaties
Nadat de Hoge Raad in een tweetal arresten vragen stelde over de vrijstelling van omzetbelasting voor (para)medische prestaties in de Zesde EG-richtlijn kwam het Hof van Justitie EG met de volgende uitleg. De lidstaten van de EG hebben bij de invulling van die vrijstelling in de nationale wetgeving een zekere mate van beoordelingsvrijheid, omdat de richtlijn geen uitleg geeft van het begrip paramedische of gezondheidskundige verzorging. De vrijstelling geldt uitsluitend voor diensten die worden verleend door personen die de vereiste beroepskwalificaties bezitten. De beoordelingsvrijheid van de lidstaten wordt verder beperkt door het beginsel van fiscale neutraliteit. Het is niet toegestaan om toepassing van de vrijstelling bij een gelijkwaardige kwaliteit van dienstverlening afhankelijk te laten zijn van de kwalificatie van de beroepsbeoefenaar als (para)medicus of van de omschrijving van het paramedische beroep. De Hoge Raad diende te onderzoeken of zich een dergelijk verschil in behandeling voordeed.
Een van de procedures had betrekking op de toepassing van stoorvelddiagnostiek door een fysiotherapeut. Hof Amsterdam oordeelde dat de stoorvelddiagnostiek niet was toegepast in de uitoefening van het beroep van fysiotherapeut en weigerde daarom de vrijstelling van omzetbelasting toe te passen.
Het Hof had echter, gezien het arrest van het Hof van Justitie EG, moeten onderzoeken of die handelingen zouden zijn vrijgesteld van omzetbelasting indien zij door artsen of tandartsen werden uitgevoerd en of een verschil in kwaliteit van behandeling daaraan ten grondslag lag. De Hoge Raad heeft daarom de uitspraak van het Hof vernietigd en de zaak verwezen naar Hof Den Haag.
Nadat de Hoge Raad in een tweetal arresten vragen stelde over de vrijstelling van omzetbelasting voor (para)medische prestaties in de Zesde EG-richtlijn kwam het Hof van Justitie EG met de volgende uitleg. De lidstaten van de EG hebben bij de invulling van die vrijstelling in de nationale wetgeving een zekere mate van beoordelingsvrijheid, omdat de richtlijn geen uitleg geeft van het begrip paramedische of gezondheidskundige verzorging. De vrijstelling geldt uitsluitend voor diensten die worden verleend door personen die de vereiste beroepskwalificaties bezitten. De beoordelingsvrijheid van de lidstaten wordt verder beperkt door het beginsel van fiscale neutraliteit. Het is niet toegestaan om toepassing van de vrijstelling bij een gelijkwaardige kwaliteit van dienstverlening afhankelijk te laten zijn van de kwalificatie van de beroepsbeoefenaar als (para)medicus of van de omschrijving van het paramedische beroep. De Hoge Raad diende te onderzoeken of zich een dergelijk verschil in behandeling voordeed.
Een van de procedures had betrekking op de toepassing van stoorvelddiagnostiek door een fysiotherapeut. Hof Amsterdam oordeelde dat de stoorvelddiagnostiek niet was toegepast in de uitoefening van het beroep van fysiotherapeut en weigerde daarom de vrijstelling van omzetbelasting toe te passen.
Het Hof had echter, gezien het arrest van het Hof van Justitie EG, moeten onderzoeken of die handelingen zouden zijn vrijgesteld van omzetbelasting indien zij door artsen of tandartsen werden uitgevoerd en of een verschil in kwaliteit van behandeling daaraan ten grondslag lag. De Hoge Raad heeft daarom de uitspraak van het Hof vernietigd en de zaak verwezen naar Hof Den Haag.