Regeling nabetaling koopsom deelneming

Wanneer een vennootschap een belang van 5% of meer heeft in een andere vennootschap is sprake van een deelneming. De opbrengsten van een deelneming zijn vrijgesteld van vennootschapsbelasting door de werking van de deelnemingsvrijstelling. Dat geldt zowel voor dividenduitkeringen als voor de meeropbrengst bij verkoop.

 

Een BV verkocht in 1998 een deelneming aan een niet gelieerde partij. De koper bleef een deel van de koopsom schuldig in de vorm van een achtergestelde lening. Daarnaast had de verkoper onder bepaalde voorwaarden recht op een nabetaling. De verkoper had voor het recht op nabetaling een vordering opgenomen op zijn balans. Omdat er geen nabetaling kwam, wilde de verkoper deze vordering ten laste van de winst afwaarderen. Het resultaat uit de nabetalingsregeling viel echter naar het oordeel van de Hoge Raad onder de deelnemingsvrijstelling. De nabetalingsregeling als zodanig was geen recht dat zelfstandig tot winsten en verliezen kon leiden, maar een afgeleid recht.

 

Na verwijzing moest Hof Arnhem onderzoeken of de verkoper met toepassing van het gelijkheidsbeginsel toch de afwaardering van de nabetalingsvordering ten laste van de winst kon brengen. In andere gevallen had de belastingdienst een dergelijke aftrek namelijk wel toegestaan. Het gelijkheidsbeginsel is van toepassing als een ongelijke behandeling van gelijke gevallen berust op niet gepubliceerd begunstigend beleid, voortkomt uit een oogmerk van begunstiging of als in een meerderheid van vergelijkbare gevallen de wet niet juist is toegepast. De bewijslast dat een ongelijke behandeling berust op niet gepubliceerd begunstigend beleid ligt bij de belanghebbende. Het noemen van één of meer vergelijkbare gevallen waarin een juiste wetstoepassing achterwege is gebleven van buiten het bevoegdheidsgebied van de eenheid van de belastingdienst waaronder de belanghebbende valt kan bijdragen aan het bewijs van het bestaan van begunstigend beleid.

De inspecteur bestreed echter gemotiveerd dat er sprake was van landelijk gecoördineerd beleid of van door hem gevoerd begunstigend beleid. De verkopende partij slaagde er niet in te bewijzen dat daarvan wel sprake was.

<P style="MARGIN: 0cm 0cm 0pt">Wanneer een vennootschap een belang van 5% of meer heeft in een andere vennootschap is sprake van een deelneming. De opbrengsten van een deelneming zijn vrijgesteld van vennootschapsbelasting door de werking van de deelnemingsvrijstelling. Dat geldt zowel voor dividenduitkeringen als voor de meeropbrengst bij verkoop.</P>
<P style="MARGIN: 0cm 0cm 0pt"><?xml:namespace prefix = o ns = "urn:schemas-microsoft-com:office:office" /><o:p>&nbsp;</o:p></P>
<P style="MARGIN: 0cm 0cm 0pt">Een BV verkocht in 1998 een deelneming aan een niet gelieerde partij. De koper bleef een deel van de koopsom schuldig in de vorm van een achtergestelde lening. Daarnaast had de verkoper onder bepaalde voorwaarden recht op een nabetaling. De verkoper had voor het recht op nabetaling een vordering opgenomen op zijn balans. Omdat er geen nabetaling kwam, wilde de verkoper deze vordering ten laste van de winst afwaarderen. Het resultaat uit de nabetalingsregeling viel echter naar het oordeel van de Hoge Raad onder de deelnemingsvrijstelling. De nabetalingsregeling als zodanig was geen recht dat zelfstandig tot winsten en verliezen kon leiden, maar een afgeleid recht. </P>
<P style="MARGIN: 0cm 0cm 0pt"><o:p>&nbsp;</o:p></P>
<P style="MARGIN: 0cm 0cm 0pt">Na verwijzing moest Hof Arnhem onderzoeken of de verkoper met toepassing van het gelijkheidsbeginsel toch de afwaardering van de nabetalingsvordering ten laste van de winst kon brengen. In andere gevallen had de belastingdienst een dergelijke aftrek namelijk wel toegestaan. Het gelijkheidsbeginsel is van toepassing als een ongelijke behandeling van gelijke gevallen berust op niet gepubliceerd begunstigend beleid, voortkomt uit een oogmerk van begunstiging of als in een meerderheid van vergelijkbare gevallen de wet niet juist is toegepast. De bewijslast dat een ongelijke behandeling berust op niet gepubliceerd begunstigend beleid ligt bij de belanghebbende. Het noemen van één of meer vergelijkbare gevallen waarin een juiste wetstoepassing achterwege is gebleven van buiten het bevoegdheidsgebied van de eenheid van de belastingdienst waaronder de belanghebbende valt kan bijdragen aan het bewijs van het bestaan van begunstigend beleid.</P>
<P style="MARGIN: 0cm 0cm 0pt">De inspecteur bestreed echter gemotiveerd dat er sprake was van landelijk gecoördineerd beleid of van door hem gevoerd begunstigend beleid. De verkopende partij slaagde er niet in te bewijzen dat daarvan wel sprake was.</P>
Vestiging Wijk & Aalburg
Kortestraat 20
4261 AA Wijk en Aalburg

Vestiging Zaltbommel
Van Voordenpark 6c
5301 KP Zaltbommel

Openingstijden
Maandag t/m vrijdag 07:00 - 17:30u