
Bij het opleggen van een naheffingsaanslag kan de belastingdienst een verzuimboete opleggen. In het geval van een naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting bedraagt de verzuimboete 100% van de nageheven belasting. De inspecteur is bij het opleggen van een boete gebonden aan de wet en aan het beleid van de belastingdienst. De mogelijkheid om een verzuimboete op te leggen is geregeld in de Algemene Wet inzake Rijksbelastingen (AWR). De Wet op de Motorrijtuigenbelasting verwijst naar de bepalingen in de AWR. De verzuimboete voor het niet of niet volledig betalen van belasting die op aangifte moet worden voldaan bedraagt maximaal € 4.537. De inspecteur moet de boete afstemmen op de ernst van de gedraging waarvoor zij is opgelegd en het verwijt dat de overtreder daarvan kan worden gemaakt. Het beleid van de belastingdienst op het gebied van boeten is vastgelegd in het Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst 1998. Op grond van dit besluit wordt de verzuimboete bij een naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting vastgesteld op 100%.
De rechter in belastingzaken is niet gebonden aan beleidsregels van een bestuursorgaan als de belastingdienst. Het is de taak van de rechter om tot een passende straftoemeting te komen als er een boete is opgelegd. Daarbij kan de rechter verschillende omstandigheden laten meewegen en anders uitkomen dan de belastingdienst.
Hof Arnhem heeft het hoger beroep van de inspecteur tegen een uitspraak van de rechtbank om een verzuimboete te matigen omdat sprake was van een licht verzuim afgewezen.