
Tot de herziening van de Successiewet per 1 januari 2010 kende Nederland het recht van overgang. Dat werd geheven bij de erfrechtelijke verkrijging van in Nederland gelegen onroerende zaken die niet onder de heffing van het successierecht vielen, bijvoorbeeld omdat de erflater niet in Nederland woonde ten tijde van zijn overlijden.
De weduwe van een in België gewoond hebbende erflater met de Belgische nationaliteit verkreeg het vruchtgebruik van de nalatenschap van de erflater. Daartoe behoorden in Nederland gelegen onroerende zaken. De waarde in het economische verkeer van deze onroerende zaken op het tijdstip van overlijden bedroeg € 525.000, terwijl de nalatenschap een waarde had van € 1.116.500. Het recht van overgang werd opgelegd over de waarde van het vruchtgebruik van de onroerende zaken. De vraag was of de heffing van het recht van overgang als zodanig onverenigbaar was met het recht van de Europese Unie.
Hof Den Bosch was van oordeel dat dit niet het geval was. De lidstaten van de EU mogen de criteria voor de verdeling van hun heffingsbevoegdheid eenzijdig vaststellen. Het recht van overgang knoopte aan bij de ligging in Nederland van onroerende zaken. Vervolgens kwam de vraag aan de orde of het in strijd was met het recht van de EU dat de weduwe de echtgenotenvrijstelling werd onthouden. Volgens het hof is van discriminatie op dit punt alleen sprake indien het door de weduwe verkregen vermogen zo groot was dat België bij de heffing van successierecht geen rekening kon houden met haar persoonlijke draagkracht of met haar persoonlijke en gezinssituatie. In dit geval stond vast dat de waarde van de in Nederland gelegen onroerende zaken ongeveer 47% van de nalatenschap bedroeg. In België was de nalatenschap in de heffing van successierecht betrokken. Het Belgische successierecht kent vrijstellingen voor de echtelijke woning en voor pensioenrechten. Het hof vond niet aannemelijk dat de weduwe door het onthouden van de echtgenotenvrijstelling bij de heffing van het recht van overgang werd gediscrimineerd en liet de opgelegde aanslag in stand.