Recht van overgang mogelijk in strijd met EG-recht

Naast de heffing van successierecht bij het overlijden van een inwoner van Nederland kent Nederland de heffing van het recht van overgang. Dat wordt geheven bij de erfrechtelijke verkrijging van een in Nederland gelegen onroerende zaak als deze verkrijging niet wordt belast met successierecht. Een inwoner van Italië had een testament waarin een ouderlijke boedelverdeling was opgenomen. Op grond daarvan werden na zijn overlijden alle bezittingen en schulden aan zijn weduwe toegedeeld. Daartegenover stond de verplichting om aan de vier kinderen de waarde van hun erfdelen in contanten uit te keren. Tot de nalatenschap behoorde een in Nederland gelegen onroerende zaak met een waarde van ƒ 475.000. Volgens Hof Den Bosch moest het recht van overgang worden geheven over de volle waarde van zaak en niet over een evenredig deel daarvan. Bij een testamentaire boedelverdeling wordt de erfgenaam aan wie de goederen worden toegedeeld door het overlijden van de erflater eigenaar voor het geheel. De heffing van het recht van overgang sluit aan bij deze verdeling. Met de overbedelingsschulden wordt, anders dan bij het successierecht, bij de heffing van het recht van overgang geen rekening gehouden. De vraag is of dat niet in strijd is met de in het EG-verdrag gewaarborgde vrijheid van kapitaalverkeer. De Hoge Raad heeft het Hof van Justitie EG gevraagd om een uitspraak te doen over die vraag. Voor het geval het antwoord op deze vraag bevestigend luidt is de vervolgvraag op welke wijze met overbedelingsschulden rekening moet worden gehouden.
Naast de heffing van successierecht bij het overlijden van een inwoner van Nederland kent Nederland de heffing van het recht van overgang. Dat wordt geheven bij de erfrechtelijke verkrijging van een in Nederland gelegen onroerende zaak als deze verkrijging niet wordt belast met successierecht.
Een inwoner van Italië had een testament waarin een ouderlijke boedelverdeling was opgenomen. Op grond daarvan werden na zijn overlijden alle bezittingen en schulden aan zijn weduwe toegedeeld. Daartegenover stond de verplichting om aan de vier kinderen de waarde van hun erfdelen in contanten uit te keren. Tot de nalatenschap behoorde een in Nederland gelegen onroerende zaak met een waarde van ƒ 475.000. Volgens Hof Den Bosch moest het recht van overgang worden geheven over de volle waarde van zaak en niet over een evenredig deel daarvan. Bij een testamentaire boedelverdeling wordt de erfgenaam aan wie de goederen worden toegedeeld door het overlijden van de erflater eigenaar voor het geheel. De heffing van het recht van overgang sluit aan bij deze verdeling.
Met de overbedelingsschulden wordt, anders dan bij het successierecht, bij de heffing van het recht van overgang geen rekening gehouden. De vraag is of dat niet in strijd is met de in het EG-verdrag gewaarborgde vrijheid van kapitaalverkeer.
De Hoge Raad heeft het Hof van Justitie EG gevraagd om een uitspraak te doen over die vraag. Voor het geval het antwoord op deze vraag bevestigend luidt is de vervolgvraag op welke wijze met overbedelingsschulden rekening moet worden gehouden.
Vestiging Wijk & Aalburg
Kortestraat 20
4261 AA Wijk en Aalburg

Vestiging Zaltbommel
Van Voordenpark 6c
5301 KP Zaltbommel

Openingstijden
Maandag t/m vrijdag 07:00 - 17:30u