Recht op zelfstandigenaftrek voor partner in man-vrouwfirma
Sinds de invoering van de Wet IB 2001 worden voor het recht op zelfstandigenaftrek bij samenwerkingsverbanden tussen verbonden personen zoals de man-vrouwfirma, aanvullende eisen gesteld. Het voldoen aan het urencriterium (1.225 uur per jaar besteden aan de onderneming) is niet voldoende wanneer het samenwerkingsverband tussen anderen dan verbonden personen ongebruikelijk is. Dat is vaak het geval wanneer slechts een van beiden over de kwalificaties voor het beroep of bedrijf beschikt. In een reeks van gevallen is beslist dat de partner geen recht op zelfstandigenaftrek heeft omdat het merendeel van zijn werkzaamheden ondersteunend van aard is. In het geval van een VOF met als hoofdactiviteit het maken van fotografische producties voor reclamedoeleinden was de uitkomst anders. Het maken van deze producties bestond uit het verzamelen van requisieten, het selecteren en aantrekken van modellen, het ontwerpen en opbouwen van de set en het fotograferen. Het fotograferen was in tijd slechts een gering onderdeel van de totale productie. De echtgenote verzorgde de requisieten en het aantrekken van modellen. Het ontwerpen en opbouwen van de set was een gezamenlijke activiteit. De man was belast met het fotograferen. Het resultaat werd pas naar de klanten verstuurd na gezamenlijke controle en goedkeuring. Volgens de rechtbank was de hoofdactiviteit van de onderneming niet beperkt tot het maken van foto’s maar bestond deze uit het vervaardigen van fotografische producties. De werkzaamheden van de echtgenote waren daardoor niet ondersteunend van aard maar vormden een onderdeel van de hoofdactiviteit van de onderneming. Omdat niet in geschil was dat de echtgenote tenminste 1.225 uur aan werkzaamheden voor de onderneming had besteed, had zij recht op zelfstandigenaftrek.
Sinds de invoering van de Wet IB 2001 worden voor het recht op zelfstandigenaftrek bij samenwerkingsverbanden tussen verbonden personen zoals de man-vrouwfirma, aanvullende eisen gesteld. Het voldoen aan het urencriterium (1.225 uur per jaar besteden aan de onderneming) is niet voldoende wanneer het samenwerkingsverband tussen anderen dan verbonden personen ongebruikelijk is. Dat is vaak het geval wanneer slechts een van beiden over de kwalificaties voor het beroep of bedrijf beschikt. In een reeks van gevallen is beslist dat de partner geen recht op zelfstandigenaftrek heeft omdat het merendeel van zijn werkzaamheden ondersteunend van aard is. In het geval van een VOF met als hoofdactiviteit het maken van fotografische producties voor reclamedoeleinden was de uitkomst anders. Het maken van deze producties bestond uit het verzamelen van requisieten, het selecteren en aantrekken van modellen, het ontwerpen en opbouwen van de set en het fotograferen. Het fotograferen was in tijd slechts een gering onderdeel van de totale productie. De echtgenote verzorgde de requisieten en het aantrekken van modellen. Het ontwerpen en opbouwen van de set was een gezamenlijke activiteit. De man was belast met het fotograferen. Het resultaat werd pas naar de klanten verstuurd na gezamenlijke controle en goedkeuring. Volgens de rechtbank was de hoofdactiviteit van de onderneming niet beperkt tot het maken van foto’s maar bestond deze uit het vervaardigen van fotografische producties. De werkzaamheden van de echtgenote waren daardoor niet ondersteunend van aard maar vormden een onderdeel van de hoofdactiviteit van de onderneming. Omdat niet in geschil was dat de echtgenote tenminste 1.225 uur aan werkzaamheden voor de onderneming had besteed, had zij recht op zelfstandigenaftrek.