Recht op aftrek voorbelasting intracommunautaire verwervingen

Een in Nederland gevestigd im- en exportbedrijf van computerapparatuur kocht onder meer goederen van leveranciers in andere landen en verkocht deze goederen door aan afnemers in Spanje. Het ging om zogeheten ABC-transacties. Het Nederlandse bedrijf verwierf de goederen onder haar Nederlandse BTW-identificatienummer. In de aangiften omzetbelasting over de periode van 1 januari 1998 tot en met 30 september 1998 maakte het bedrijf geen melding van intracommunautaire verwervingen. Over de periode van 1 oktober 1998 tot en met 30 juni 1999 gaf het bedrijf wel intracommunautaire verwervingen aan onder verrekening van de daarover verschuldigde belasting. Naar aanleiding van een boekenonderzoek legde de belastingdienst een naheffingsaanslag omzetbelasting op van ƒ 2.764.713. Het merendeel betrof belasting op intracommunautaire verwervingen die volgens de inspecteur niet voor teruggaaf of aftrek in aanmerking kwam. De teruggaafregeling die de wet kent voor belasting op intracommunautaire verwervingen heeft volgens Hof Den Haag een volstrekt andere achtergrond dan de aftrekregeling. De aftrekregeling heeft tot doel de ondernemer te ontlasten van de in het kader van economische activiteiten verschuldigde of betaalde omzetbelasting (voorbelasting). De in de aftrekregeling opgenomen uitzondering voor belasting waarvoor een teruggaafverzoek kan worden gedaan mag volgens het Hof niet zo worden uitgelegd dat de teruggaafregeling in de plaats treedt van de aftrekregeling. De uitzondering op de aftrekregeling is alleen bedoeld om te voorkomen dat de ondernemer de ter zake van de intracommunautaire verwerving verschuldigde belasting tweemaal terugkrijgt. De uitzondering op de aftrekregeling deed zich volgens het Hof in dit geval niet voor. Het bedrijf had voor de intracommunautaire verwervingen facturen die op de voorgeschreven wijze waren opgemaakt, zodat was voldaan aan het wettelijke vereiste voor aftrek van voorbelasting. Daarnaast was er een correctie wegens het ten onrechte toepassen van het nultarief op leveringen van buiten de EG. Deze correctie bleef in stand omdat de toepassing van het nultarief niet uit boeken en bescheiden bleek. Het bedrijf toonde geen bescheiden waaruit bleek dat de betreffende goederen daadwerkelijk waren vervoerd naar of afgeleverd in Spanje. De inspecteur had voor dit deel van de naheffingsaanslag een boete opgelegd omdat het naar zijn mening aan (voorwaardelijk) opzet van het bedrijf te wijten was dat te weinig belasting is geheven. Het Hof vernietigde de boete wegens het ontbreken van bewijs voor opzet. Het ontbreken van bescheiden in de administratie waaruit blijkt dat het nultarief kan worden toegepast vond het Hof onvoldoende voor het aannemen van (voorwaardelijke) opzet.
Een in Nederland gevestigd im- en exportbedrijf van computerapparatuur kocht onder meer goederen van leveranciers in andere landen en verkocht deze goederen door aan afnemers in Spanje. Het ging om zogeheten ABC-transacties. Het Nederlandse bedrijf verwierf de goederen onder haar Nederlandse BTW-identificatienummer. In de aangiften omzetbelasting over de periode van 1 januari 1998 tot en met 30 september 1998 maakte het bedrijf geen melding van intracommunautaire verwervingen. Over de periode van 1 oktober 1998 tot en met 30 juni 1999 gaf het bedrijf wel intracommunautaire verwervingen aan onder verrekening van de daarover verschuldigde belasting. Naar aanleiding van een boekenonderzoek legde de belastingdienst een naheffingsaanslag omzetbelasting op van ƒ 2.764.713. Het merendeel betrof belasting op intracommunautaire verwervingen die volgens de inspecteur niet voor teruggaaf of aftrek in aanmerking kwam. De teruggaafregeling die de wet kent voor belasting op intracommunautaire verwervingen heeft volgens Hof Den Haag een volstrekt andere achtergrond dan de aftrekregeling. De aftrekregeling heeft tot doel de ondernemer te ontlasten van de in het kader van economische activiteiten verschuldigde of betaalde omzetbelasting (voorbelasting). De in de aftrekregeling opgenomen uitzondering voor belasting waarvoor een teruggaafverzoek kan worden gedaan mag volgens het Hof niet zo worden uitgelegd dat de teruggaafregeling in de plaats treedt van de aftrekregeling. De uitzondering op de aftrekregeling is alleen bedoeld om te voorkomen dat de ondernemer de ter zake van de intracommunautaire verwerving verschuldigde belasting tweemaal terugkrijgt. De uitzondering op de aftrekregeling deed zich volgens het Hof in dit geval niet voor. Het bedrijf had voor de intracommunautaire verwervingen facturen die op de voorgeschreven wijze waren opgemaakt, zodat was voldaan aan het wettelijke vereiste voor aftrek van voorbelasting. Daarnaast was er een correctie wegens het ten onrechte toepassen van het nultarief op leveringen van buiten de EG. Deze correctie bleef in stand omdat de toepassing van het nultarief niet uit boeken en bescheiden bleek. Het bedrijf toonde geen bescheiden waaruit bleek dat de betreffende goederen daadwerkelijk waren vervoerd naar of afgeleverd in Spanje. De inspecteur had voor dit deel van de naheffingsaanslag een boete opgelegd omdat het naar zijn mening aan (voorwaardelijk) opzet van het bedrijf te wijten was dat te weinig belasting is geheven. Het Hof vernietigde de boete wegens het ontbreken van bewijs voor opzet. Het ontbreken van bescheiden in de administratie waaruit blijkt dat het nultarief kan worden toegepast vond het Hof onvoldoende voor het aannemen van (voorwaardelijke) opzet.
Vestiging Wijk & Aalburg
Kortestraat 20
4261 AA Wijk en Aalburg

Vestiging Zaltbommel
Van Voordenpark 6c
5301 KP Zaltbommel

Openingstijden
Maandag t/m vrijdag 07:00 - 17:30u