
Bij een intracommunautaire verwerving moet de ondernemer die goederen uit een andere lidstaat inkoopt de omzetbelasting over deze inkoop afdragen op zijn aangifte. Wanneer hij de goederen bestemt voor belaste prestaties kan hij deze omzetbelasting direct in aftrek brengen. Het is echter mogelijk dat een transactie in een andere lidstaat wordt verwerkt dan de lidstaat waar de feitelijke verwerving heeft plaatsgehad omdat de ondernemer niet in die lidstaat geregistreerd is voor btw-doeleinden.
Hof Amsterdam oordeelde in een procedure dat een ondernemer de verschuldigde omzetbelasting voor een in Nederland verrichte intracommunautaire verwerving als voorbelasting in aftrek kon brengen. De casus had betrekking op een in Nederland gevestigde ondernemer die computeronderdelen kocht van in Duitsland en Italië gevestigde leveranciers. Deze goederen verkocht hij door aan op Cyprus gevestigde afnemers. De goederen werden rechtstreeks vanuit Duitsland en Italië naar Spanje vervoerd. De Nederlandse ondernemer had geen btw-registratie in Spanje. De leveranciers brachten op hun facturen geen btw in rekening, maar vermeldden het Nederlandse btw-registratienummer van de Nederlandse ondernemer. De Nederlandse ondernemer verwerkte de inkopen als intracommunautaire verwervingen in zijn aangiften omzetbelasting en bracht de aangegeven omzetbelasting in dezelfde aangiften in aftrek. De verkopen merkte hij aan als intracommunautaire leveringen onder vermelding van de Griekse btw-registratienummers van de afnemers. De afnemers deden echter in Griekenland geen aangifte van intracommunautaire verwervingen. De afnemers waren niet voor btw-doeleinden in Spanje geregistreerd en deden (ook) in Spanje geen aangifte van intracommunautaire verwervingen.
De inspecteur legde een naheffingsaanslag op ter correctie van de aftrek van voorbelasting omdat hij zich op het standpunt stelde dat de ondernemer voor de intracommunautaire verwervingen geen recht op aftrek had.
De Hoge Raad verzocht het Hof van Justitie EU om uitspraak te doen over de prejudiciële vraag of, indien een intracommunautaire verwerving wordt geacht plaats te hebben gevonden op het grondgebied van de lidstaat die het btw-identificatienummer heeft toegekend waaronder de afnemer de verwerving heeft verricht, deze afnemer recht heeft op onmiddellijke aftrek van de in die lidstaat verschuldigde btw. Het Hof van Justitie EU verklaarde voor recht dat een belastingplichtige in deze situatie geen recht heeft op onmiddellijke aftrek van de omzetbelasting die in een eerder stadium op een intracommunautaire verwerving drukte. De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het hof gegrond verklaard en de naheffingsaanslag in stand gelaten.