Recht op aftrek kosten levensonderhoud studerend kind ondanks eigen inkomen

Voor de aftrek van kosten van levensonderhoud van studerende kinderen maakte de wet IB 1964 onderscheid tussen kinderen jonger dan 27 jaar en kinderen van 27 jaar en ouder. In het jaar waarin zijn zoon in het tweede kwartaal 27 jaar werd had een vader recht op aftrek van kosten van levensonderhoud gedurende het eerste halfjaar, omdat hij meer dan ƒ 56 per week bijdroeg in de kosten en de zoon geen recht op studiefinanciering had. De aftrek was beperkt tot het forfaitaire bedrag van ƒ 675 per kwartaal. Gedurende het tweede halfjaar maakte de vader de kosten van de zoon niet aannemelijk en had hij geen recht op aftrek.
Voor de aftrek van kosten van levensonderhoud van studerende kinderen maakte de wet IB 1964 onderscheid tussen kinderen jonger dan 27 jaar en kinderen van 27 jaar en ouder. In het jaar waarin zijn zoon in het tweede kwartaal 27 jaar werd had een vader recht op aftrek van kosten van levensonderhoud gedurende het eerste halfjaar, omdat hij meer dan ƒ 56 per week bijdroeg in de kosten en de zoon geen recht op studiefinanciering had. De aftrek was beperkt tot het forfaitaire bedrag van ƒ 675 per kwartaal. Gedurende het tweede halfjaar maakte de vader de kosten van de zoon niet aannemelijk en had hij geen recht op aftrek.
Vestiging Wijk & Aalburg
Kortestraat 20
4261 AA Wijk en Aalburg

Vestiging Zaltbommel
Van Voordenpark 6c
5301 KP Zaltbommel

Openingstijden
Maandag t/m vrijdag 07:00 - 17:30u