Recht op aftrek bij intracommunautaire verwerving

Transacties tussen ondernemers in verschillende lidstaten van de EG worden voor de omzetbelasting apart verwerkt als zogenaamde intracommunautaire verwervingen en leveringen. Dat voorkomt moeizame administratieve procedures om in het buitenland betaalde omzetbelasting terug te krijgen. De omzetbelasting over inkopen uit andere lidstaten, de zogenaamde intracommunautaire verwervingen, wordt door de inkoper in zijn aangifte als verschuldigde belasting opgenomen en op dezelfde aangifte als voordruk in aftrek gebracht. Ondernemers moeten opgave doen aan de belastingdienst van hun intracommunautaire leveringen. Een ondernemer deed opgave van intracommunautaire leveringen. Hij gebruikte de Griekse BTW-registratienummers van zijn afnemers, hoewel de goederen niet in Griekenland maar in Spanje werden afgeleverd. De afnemers waren niet voor BTW-doeleinden in Spanje geregistreerd. Noch in Griekenland noch in Spanje deden de afnemers aangifte van intracommunautaire verwervingen. De Nederlandse belastinginspecteur corrigeerde daarom de aftrek van voorbelasting voor de intracommunautaire verwervingen. Volgens de Zesde EG-richtlijn vindt een intracommunautaire verwerving plaats daar waar de goederen zich bevinden op het tijdstip van aankomst van de verzending of van het vervoer naar de afnemer. Als de afnemer niet aantoont dat de BTW op die verwerving volgens de hoofdregel is geheven, geldt een bijzondere regeling. Volgens deze regeling geldt als plaats van de intracommunautaire verwerving het grondgebied van de lidstaat die het voor deze verwerving gebruikte BTW-identificatienummer van de afnemer heeft toegekend. Er bestaat volgens de Zesde EG-richtlijn recht op aftrek van de BTW die iemand verschuldigd is geworden voor intracommunautaire verwervingen, voor zover deze goederen en diensten worden gebruikt voor belaste handelingen. De vraag is of de bijzondere regeling de Zesde EG-richtlijn enkel gevolgen heeft voor de plaats van de intracommunautaire verwerving of dat bedoeld is een uitzondering te maken op het reguliere BTW-systeem van verschuldigdheid en aftrek. Die uitzondering zou dan inhouden dat een belastingplichtige in een andere lidstaat dan die van de aankomst van de goederen BTW verschuldigd is voor de intracommunautaire verwerving zonder dat hij recht krijgt op aftrek van deze BTW. Volgens vaste jurisprudentie van het Hof van Justitie EG is het recht op aftrek van voorbelasting een basisbeginsel van het gemeenschappelijke BTW-stelsel. Het recht op aftrek kan daarom in beginsel niet kan worden beperkt. De Zesde EG-richtlijn biedt lidstaten niet de mogelijkheid het recht op aftrek te beperken. Op het eerste gezicht valt niet in te zien dat het recht op aftrek van voorbelasting niet zou gelden voor de BTW die een belastingplichtige in zijn lidstaat van BTW-registratie verschuldigd is op grond van de bijzondere regeling. Anderzijds zou als de op grond van de bijzondere regeling verschuldigde BTW onmiddellijk en volledig in aftrek zou kunnen worden gebracht voor een belastingplichtige de noodzaak wegvallen aan te tonen dat in de lidstaat van aankomst van de verzending of het vervoer voor een intracommunautaire verwerving BTW is geheven. Dat zou belastingplichtigen ertoe kunnen brengen om geen aangifte van de verwerving in de lidstaat van aankomst te doen met als gevolg dat het toezicht van de lidstaat van aankomst van de goederen belemmerd wordt. De Hoge Raad verzoekt het Hof van Justitie EG om een uitspraak te doen over de volgende vraag: heeft een ondernemer ook recht op onmiddellijke aftrek van de BTW die in een lidstaat is verschuldigd op grond van de bijzondere regeling?
Transacties tussen ondernemers in verschillende lidstaten van de EG worden voor de omzetbelasting apart verwerkt als zogenaamde intracommunautaire verwervingen en leveringen. Dat voorkomt moeizame administratieve procedures om in het buitenland betaalde omzetbelasting terug te krijgen. De omzetbelasting over inkopen uit andere lidstaten, de zogenaamde intracommunautaire verwervingen, wordt door de inkoper in zijn aangifte als verschuldigde belasting opgenomen en op dezelfde aangifte als voordruk in aftrek gebracht. Ondernemers moeten opgave doen aan de belastingdienst van hun intracommunautaire leveringen.
Een ondernemer deed opgave van intracommunautaire leveringen. Hij gebruikte de Griekse BTW-registratienummers van zijn afnemers, hoewel de goederen niet in Griekenland maar in Spanje werden afgeleverd. De afnemers waren niet voor BTW-doeleinden in Spanje geregistreerd. Noch in Griekenland noch in Spanje deden de afnemers aangifte van intracommunautaire verwervingen. De Nederlandse belastinginspecteur corrigeerde daarom de aftrek van voorbelasting voor de intracommunautaire verwervingen.
Volgens de Zesde EG-richtlijn vindt een intracommunautaire verwerving plaats daar waar de goederen zich bevinden op het tijdstip van aankomst van de verzending of van het vervoer naar de afnemer. Als de afnemer niet aantoont dat de BTW op die verwerving volgens de hoofdregel is geheven, geldt een bijzondere regeling. Volgens deze regeling geldt als plaats van de intracommunautaire verwerving het grondgebied van de lidstaat die het voor deze verwerving gebruikte BTW-identificatienummer van de afnemer heeft toegekend.
Er bestaat volgens de Zesde EG-richtlijn recht op aftrek van de BTW die iemand verschuldigd is geworden voor intracommunautaire verwervingen, voor zover deze goederen en diensten worden gebruikt voor belaste handelingen. De vraag is of de bijzondere regeling de Zesde EG-richtlijn enkel gevolgen heeft voor de plaats van de intracommunautaire verwerving of dat bedoeld is een uitzondering te maken op het reguliere BTW-systeem van verschuldigdheid en aftrek. Die uitzondering zou dan inhouden dat een belastingplichtige in een andere lidstaat dan die van de aankomst van de goederen BTW verschuldigd is voor de intracommunautaire verwerving zonder dat hij recht krijgt op aftrek van deze BTW.
Volgens vaste jurisprudentie van het Hof van Justitie EG is het recht op aftrek van voorbelasting een basisbeginsel van het gemeenschappelijke BTW-stelsel. Het recht op aftrek kan daarom in beginsel niet kan worden beperkt. De Zesde EG-richtlijn biedt lidstaten niet de mogelijkheid het recht op aftrek te beperken. Op het eerste gezicht valt niet in te zien dat het recht op aftrek van voorbelasting niet zou gelden voor de BTW die een belastingplichtige in zijn lidstaat van BTW-registratie verschuldigd is op grond van de bijzondere regeling. Anderzijds zou als de op grond van de bijzondere regeling verschuldigde BTW onmiddellijk en volledig in aftrek zou kunnen worden gebracht voor een belastingplichtige de noodzaak wegvallen aan te tonen dat in de lidstaat van aankomst van de verzending of het vervoer voor een intracommunautaire verwerving BTW is geheven. Dat zou belastingplichtigen ertoe kunnen brengen om geen aangifte van de verwerving in de lidstaat van aankomst te doen met als gevolg dat het toezicht van de lidstaat van aankomst van de goederen belemmerd wordt. De Hoge Raad verzoekt het Hof van Justitie EG om een uitspraak te doen over de volgende vraag: heeft een ondernemer ook recht op onmiddellijke aftrek van de BTW die in een lidstaat is verschuldigd op grond van de bijzondere regeling?
Vestiging Wijk & Aalburg
Kortestraat 20
4261 AA Wijk en Aalburg

Vestiging Zaltbommel
Van Voordenpark 6c
5301 KP Zaltbommel

Openingstijden
Maandag t/m vrijdag 07:00 - 17:30u