"Zakgeld" tijdens leerovereenkomst verhinderde kinderbijslag
Ouders hebben recht op kinderbijslag voor kinderen jonger dan 16 jaar die tot hun huishouden behoren en voor kinderen jonger dan 18 jaar die door hen in belangrijke mate worden onderhouden. Aan die onderhoudseis werd niet voldaan in geval van een kind dat tijdens de eerste maanden van haar opleiding tot verpleegkundige een zakgeld van € 400 per maand ontving van het ziekenhuis waarvoor zij na de opleiding zou gaan werken. Naar het oordeel van de Centrale Raad van Beroep moest een dergelijk zakgeld gelijkgesteld worden met een stagevergoeding. Dat hield in, dat er tijdens de opleiding geen recht op kinderbijslag bestond. Volgens het Besluit onderhoudsvoorwaarden kinderbijslag mocht een thuiswonend kind dat jonger was dan 18 jaar maar ouder dan 16 jaar niet meer verdienen in 2001 en 2002 dan € 1.135 per kwartaal om nog in belangrijke mate door de ouders onderhouden te worden. De Centrale Raad van Beroep erkende wel het belang van het leeraspect, maar vond belangrijker dat de scholing werd verzorgd door de toekomstige werkgever met het oog op het verrichten van productieve werkzaamheden bij die werkgever.
Ouders hebben recht op kinderbijslag voor kinderen jonger dan 16 jaar die tot hun huishouden behoren en voor kinderen jonger dan 18 jaar die door hen in belangrijke mate worden onderhouden. Aan die onderhoudseis werd niet voldaan in geval van een kind dat tijdens de eerste maanden van haar opleiding tot verpleegkundige een zakgeld van € 400 per maand ontving van het ziekenhuis waarvoor zij na de opleiding zou gaan werken. Naar het oordeel van de Centrale Raad van Beroep moest een dergelijk zakgeld gelijkgesteld worden met een stagevergoeding. Dat hield in, dat er tijdens de opleiding geen recht op kinderbijslag bestond. Volgens het Besluit onderhoudsvoorwaarden kinderbijslag mocht een thuiswonend kind dat jonger was dan 18 jaar maar ouder dan 16 jaar niet meer verdienen in 2001 en 2002 dan € 1.135 per kwartaal om nog in belangrijke mate door de ouders onderhouden te worden. De Centrale Raad van Beroep erkende wel het belang van het leeraspect, maar vond belangrijker dat de scholing werd verzorgd door de toekomstige werkgever met het oog op het verrichten van productieve werkzaamheden bij die werkgever.