Premieplicht voor loon in natura waarop eindheffing niet is toegepast
Een luchtvaartmaatschappij had de aan het vliegend personeel verstrekte maaltijden tijdens de vlucht niet als loon opgegeven. Het UWV legde in verband daarmee over de jaren 1999 en 2000 correctie- en boetenota’s op. De luchtvaartmaatschappij bestreed de correctie- en de boetenota’s. Voor wat betreft de correctienota’s voerde zij aan dat uit de waarderingsregeling voor loon in natura niet was af te leiden dat loon in natura een onbelaste verstrekking was voor de heffing van premies werknemersverzekeringen indien de eindheffing in de loonbelasting was toegepast. De luchtvaartmaatschappij bestreed de boetenota’s met het argument dat opzet of grove schuld ontbrak omdat zij een verdedigbaar standpunt had ingenomen. De waarderingsregeling stelde de waarde van bepaalde verstrekkingen op nihil. Volgens de Centrale Raad van Beroep gold deze bepaling alleen voor voordelen in natura waarvoor voor de loonbelasting de eindheffing was toegepast. Omdat dat niet het geval was had het UWV terecht de maaltijden tot het loon in de zin van de sociale verzekeringswetten gerekend. Omdat de luchtvaartmaatschappij niet aan haar administratieve verplichtingen had voldaan en het UWV de luchtvaartmaatschappij daar al tijdens een eerdere looncontrole op had gewezen, was terecht een boete opgelegd.
Een luchtvaartmaatschappij had de aan het vliegend personeel verstrekte maaltijden tijdens de vlucht niet als loon opgegeven. Het UWV legde in verband daarmee over de jaren 1999 en 2000 correctie- en boetenota’s op. De luchtvaartmaatschappij bestreed de correctie- en de boetenota’s. Voor wat betreft de correctienota’s voerde zij aan dat uit de waarderingsregeling voor loon in natura niet was af te leiden dat loon in natura een onbelaste verstrekking was voor de heffing van premies werknemersverzekeringen indien de eindheffing in de loonbelasting was toegepast. De luchtvaartmaatschappij bestreed de boetenota’s met het argument dat opzet of grove schuld ontbrak omdat zij een verdedigbaar standpunt had ingenomen. De waarderingsregeling stelde de waarde van bepaalde verstrekkingen op nihil. Volgens de Centrale Raad van Beroep gold deze bepaling alleen voor voordelen in natura waarvoor voor de loonbelasting de eindheffing was toegepast. Omdat dat niet het geval was had het UWV terecht de maaltijden tot het loon in de zin van de sociale verzekeringswetten gerekend. Omdat de luchtvaartmaatschappij niet aan haar administratieve verplichtingen had voldaan en het UWV de luchtvaartmaatschappij daar al tijdens een eerdere looncontrole op had gewezen, was terecht een boete opgelegd.