
Bij de registratie van een personenauto of een motorrijwiel in Nederland moet BPM worden betaald. Dat geldt niet alleen voor nieuwe voertuigen, maar ook voor de registratie van gebruikte voertuigen. Het gebruik van de weg in Nederland door een inwoner van Nederland met een voertuig met buitenlands kenteken leidt tot het moeten betalen van BPM. Volgens het Hof van Justitie EU mag Nederland BPM heffen wanneer een inwoner van Nederland een in een andere lidstaat van de EU geregistreerd en gehuurd motorvoertuig in Nederland gebruikt, mits de geheven belasting evenredig is aan de gebruiksduur van de auto in Nederland.
De vraag is wat de gevolgen zijn voor de heffing van BPM wanneer iemand vanuit een andere lidstaat naar Nederland verhuist terwijl hij in het bezit is van een in die andere lidstaat geregistreerd voertuig. Moet in die situatie rekening gehouden worden met het recht van de EU of is dat een door het Nederlandse recht beheerste situatie? De Hoge Raad heeft deze vraag aan het Hof van Justitie EU voorgelegd. De casus betreft een vrouw met de Duitse nationaliteit, die kort voor haar verhuizing naar Nederland in Duitsland een personenauto met een Duits kenteken kocht. Na haar verhuizing bleef de vrouw in dienstbetrekking werken in Duitsland. De auto werd ondermeer gebruikt voor het rijden van haar woonplaats in Nederland naar haar werk in Duitsland.