Prejudiciële vragen over accijns bij inkoop in buitenland door groep particulieren
Een groep van ongeveer 70 particuliere wijnliefhebbers kocht eens per jaar een partij wijn in Frankrijk. Eén van hen regelde de inkoop en het vervoer naar Nederland. Een Nederlands transportbedrijf verzorgde het vervoer en leverde de wijn thuis af bij degene, die namens de groep de regelingen had getroffen. De wijn werd tijdelijk in zijn garage opgeslagen en vervolgens aan de deelnemers geleverd. De kosten van het transport werden over de deelnemers omgeslagen naar rato van hun afname. De wijn was bestemd voor eigen gebruik. Er is in Frankrijk wegens de uitslag tot verbruik accijns voldaan. In Nederland is aangifte gedaan voor de accijns. Het verzoek om teruggaaf daarvan wees de belastingdienst af. Hof Den Bosch was van oordeel, dat er recht op teruggaaf was, omdat de aankoop van accijnsgoederen voor eigen gebruik door particulieren belast was in het land van aankoop, ongeacht de manier van transport. De Hoge Raad heeft een aantal prejudiciële vragen voorgelegd aan het Hof van Justitie van de EG, omdat niet duidelijk is of de wijze van transport wel of niet van belang is voor de bepaling waar de accijns verschuldigd is. Het gaat om de volgende vragen:1. Moet artikel 8 van Richtlijn 92/12/EEG van de Raad zo worden uitgelegd dat de accijns alleen de lidstaat van verkrijging mag worden geheven, als een particulier in een bepaalde lidstaat persoonlijk en voor eigen gebruik accijnsproducten koopt en deze door een vervoersonderneming laat overbrengen naar een andere lidstaat?2. Geldt dat ook als een groep particulieren accijnsproducten in een bepaalde lidstaat laten kopen door een andere particulier die de producten voor rekening van de kopers door een vervoersonderneming laat overbrengen naar een andere lidstaat?3. Zo niet, is er dan sprake van het voorhanden houden van accijnsgoederen voor commerciële doeleinden door de particulier die de inkoop en het transport heeft geregeld, ook als hij niet bedrijfsmatig of met winstoogmerk handelde? 4. Als het antwoord op de derde vraag ontkennend luidt, is de in die vraag bedoelde particulier dan accijns verschuldigd in de andere lidstaat?
Een groep van ongeveer 70 particuliere wijnliefhebbers kocht eens per jaar een partij wijn in Frankrijk. Eén van hen regelde de inkoop en het vervoer naar Nederland. Een Nederlands transportbedrijf verzorgde het vervoer en leverde de wijn thuis af bij degene, die namens de groep de regelingen had getroffen. De wijn werd tijdelijk in zijn garage opgeslagen en vervolgens aan de deelnemers geleverd. De kosten van het transport werden over de deelnemers omgeslagen naar rato van hun afname. De wijn was bestemd voor eigen gebruik. Er is in Frankrijk wegens de uitslag tot verbruik accijns voldaan. In Nederland is aangifte gedaan voor de accijns. Het verzoek om teruggaaf daarvan wees de belastingdienst af. Hof Den Bosch was van oordeel, dat er recht op teruggaaf was, omdat de aankoop van accijnsgoederen voor eigen gebruik door particulieren belast was in het land van aankoop, ongeacht de manier van transport. De Hoge Raad heeft een aantal prejudiciële vragen voorgelegd aan het Hof van Justitie van de EG, omdat niet duidelijk is of de wijze van transport wel of niet van belang is voor de bepaling waar de accijns verschuldigd is. Het gaat om de volgende vragen:1. Moet artikel 8 van Richtlijn 92/12/EEG van de Raad zo worden uitgelegd dat de accijns alleen de lidstaat van verkrijging mag worden geheven, als een particulier in een bepaalde lidstaat persoonlijk en voor eigen gebruik accijnsproducten koopt en deze door een vervoersonderneming laat overbrengen naar een andere lidstaat?2. Geldt dat ook als een groep particulieren accijnsproducten in een bepaalde lidstaat laten kopen door een andere particulier die de producten voor rekening van de kopers door een vervoersonderneming laat overbrengen naar een andere lidstaat?3. Zo niet, is er dan sprake van het voorhanden houden van accijnsgoederen voor commerciële doeleinden door de particulier die de inkoop en het transport heeft geregeld, ook als hij niet bedrijfsmatig of met winstoogmerk handelde? 4. Als het antwoord op de derde vraag ontkennend luidt, is de in die vraag bedoelde particulier dan accijns verschuldigd in de andere lidstaat?