Prejudiciële vragen omtrent premieheffing over rente die BV aan Belgische DGA betaalde
Een in België wonende DGA van een in Nederland gevestigde BV ontving een salaris voor zijn werkzaamheden. Hij had ook een vordering op de BV, waarover rente werd betaald. Hij moest niet alleen voor zijn Nederlandse salaris maar ook voor de ontvangen rente in Nederland premies volksverzekeringen betalen. De beoordeling welke sociale zekerheidswetgeving van toepassing is gebeurt aan de hand van EG-verordening 1408/71. De kwalificatie van de werkzaamheden moet gebeuren aan de hand van de nationale wetgeving. De werkzaamheden op Nederlands grondgebied gelden als werkzaamheden in loondienst. De werkzaamheden op Belgisch grondgebied gelden als werkzaamheden anders dan in loondienst. De DGA verrichtte gelijktijdig werkzaamheden in loondienst in Nederland en werkzaamheden anders dan in loondienst in België. Dan is gelijktijdig zowel de Nederlandse als de Belgische sociale zekerheidswetgeving op hem van toepassing. De gelijktijdige toepassing van meerdere wetgevingen was volgens de tekst van de Verordening zoals die tot 1987 luidde, beperkt was tot de werkzaamheden die op hun grondgebied worden verricht. Hof Den Bosch veronderstelde, dat deze beperking ondanks de wijziging van de tekst nog van kracht was. Het Hof heeft in de Verordening geen duidelijke aanknopingspunten gevonden voor exclusieve toerekening van rente-inkomsten aan een van de betrokken lidstaten. Het criterium van het grondgebied waar de inkomsten zijn verworven is kennelijk ontwikkeld voor inkomsten uit arbeid en leidt niet tot een duidelijke uitkomst bij rente-inkomsten. Het Hof heeft daarom aan het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen de vraag voorgelegd of het gemeenschapsrecht verbiedt dat Nederland premie voor de volksverzekeringen heft over rente-inkomsten die door een in Nederland gevestigde vennootschap zijn betaald aan een ingezetene van België, op wie zowel de Nederlandse als de Belgische sociale zekerheidswetgeving van toepassing is.
Een in België wonende DGA van een in Nederland gevestigde BV ontving een salaris voor zijn werkzaamheden. Hij had ook een vordering op de BV, waarover rente werd betaald. Hij moest niet alleen voor zijn Nederlandse salaris maar ook voor de ontvangen rente in Nederland premies volksverzekeringen betalen. De beoordeling welke sociale zekerheidswetgeving van toepassing is gebeurt aan de hand van EG-verordening 1408/71. De kwalificatie van de werkzaamheden moet gebeuren aan de hand van de nationale wetgeving. De werkzaamheden op Nederlands grondgebied gelden als werkzaamheden in loondienst. De werkzaamheden op Belgisch grondgebied gelden als werkzaamheden anders dan in loondienst. De DGA verrichtte gelijktijdig werkzaamheden in loondienst in Nederland en werkzaamheden anders dan in loondienst in België. Dan is gelijktijdig zowel de Nederlandse als de Belgische sociale zekerheidswetgeving op hem van toepassing. De gelijktijdige toepassing van meerdere wetgevingen was volgens de tekst van de Verordening zoals die tot 1987 luidde, beperkt was tot de werkzaamheden die op hun grondgebied worden verricht. Hof Den Bosch veronderstelde, dat deze beperking ondanks de wijziging van de tekst nog van kracht was. Het Hof heeft in de Verordening geen duidelijke aanknopingspunten gevonden voor exclusieve toerekening van rente-inkomsten aan een van de betrokken lidstaten. Het criterium van het grondgebied waar de inkomsten zijn verworven is kennelijk ontwikkeld voor inkomsten uit arbeid en leidt niet tot een duidelijke uitkomst bij rente-inkomsten. Het Hof heeft daarom aan het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen de vraag voorgelegd of het gemeenschapsrecht verbiedt dat Nederland premie voor de volksverzekeringen heft over rente-inkomsten die door een in Nederland gevestigde vennootschap zijn betaald aan een ingezetene van België, op wie zowel de Nederlandse als de Belgische sociale zekerheidswetgeving van toepassing is.