Prejudiciële vragen indeling alcoholhoudende drank

De indeling van accijns- en douanegoederen volgens de zogenaamde Gecombineerde Nomenclatuur (GN) is bepalend voor de hoogte van de verschuldigde accijns of douaneheffing. Niet altijd is zonder meer duidelijk onder welke post van de GN een product moet worden gerangschikt. In een procedure die betrekking had op alcoholhoudende dranken, vervaardigd uit appelwijn waaraan gedistilleerde alcohol en water zijn toegevoegd, was de indeling in geschil. De eindproducten ontstonden door toevoeging van suiker, geur-, kleur- en smaakstoffen. Met goedkeuring van de inspecteur ging de producent jarenlang uit van indeling van de betreffende dranken als niet-mousserende tussenproducten (GN-code 2206). Op enig moment accepteerde de inspecteur deze indeling niet meer en meende hij dat in plaats daarvan de indeling voor overige alcoholhoudende dranken (GN-code 2208) van toepassing was. Dat leidde tot een hoger bedrag aan accijns. Volgens de toelichting van de Wereld Douaneorganisatie (WDO) is de toevoeging van gedistilleerde alcohol aan een gegiste vruchtendrank geen reden voor een andere indeling, tenzij het karakter van de drank verloren gaat. De vraag is aan de hand van welk criterium moet worden bepaald of een gegiste drank na toevoeging van gedistilleerde alcohol zijn karakter heeft behouden. De toevoeging van alcoholvrije dranken of stoffen zonder toevoeging van gedistilleerde alcohol heeft geen gevolgen voor de indeling van een gegiste vruchtendrank, ook niet als daardoor de geur, de smaak of het kenmerkende uiterlijk verdwijnt. De volgende vraag is wat dan de betekenis is van het in de toelichting van de WDO gemaakte voorbehoud dat de drank zijn karakter moet behouden. De Nederlandse douaneautoriteiten menen dat meer dan 50% van het alcoholvolumegehalte moet bestaan uit door gisting verkregen alcohol. Indien het aandeel van gedistilleerde alcohol de overhand heeft moet een product worden ingedeeld in post 2208. Noch in de bewoordingen van de posten 2206 en 2208, noch in de toelichtingen van de WDO is hiervoor een aanknopingspunt te vinden. Volgens de Hoge Raad is de tariefindeling in dit geval afhankelijk van Europeesrechtelijke bepalingen waarvan niet duidelijk is hoe zij moeten worden uitgelegd. De Hoge Raad heeft daarom het Hof van Justitie EG om een prejudiciële beslissing gevraagd.
De indeling van accijns- en douanegoederen volgens de zogenaamde Gecombineerde Nomenclatuur (GN) is bepalend voor de hoogte van de verschuldigde accijns of douaneheffing. Niet altijd is zonder meer duidelijk onder welke post van de GN een product moet worden gerangschikt.
In een procedure die betrekking had op alcoholhoudende dranken, vervaardigd uit appelwijn waaraan gedistilleerde alcohol en water zijn toegevoegd, was de indeling in geschil. De eindproducten ontstonden door toevoeging van suiker, geur-, kleur- en smaakstoffen. Met goedkeuring van de inspecteur ging de producent jarenlang uit van indeling van de betreffende dranken als niet-mousserende tussenproducten (GN-code 2206).
Op enig moment accepteerde de inspecteur deze indeling niet meer en meende hij dat in plaats daarvan de indeling voor overige alcoholhoudende dranken (GN-code 2208) van toepassing was. Dat leidde tot een hoger bedrag aan accijns.
Volgens de toelichting van de Wereld Douaneorganisatie (WDO) is de toevoeging van gedistilleerde alcohol aan een gegiste vruchtendrank geen reden voor een andere indeling, tenzij het karakter van de drank verloren gaat. De vraag is aan de hand van welk criterium moet worden bepaald of een gegiste drank na toevoeging van gedistilleerde alcohol zijn karakter heeft behouden. De toevoeging van alcoholvrije dranken of stoffen zonder toevoeging van gedistilleerde alcohol heeft geen gevolgen voor de indeling van een gegiste vruchtendrank, ook niet als daardoor de geur, de smaak of het kenmerkende uiterlijk verdwijnt. De volgende vraag is wat dan de betekenis is van het in de toelichting van de WDO gemaakte voorbehoud dat de drank zijn karakter moet behouden.
De Nederlandse douaneautoriteiten menen dat meer dan 50% van het alcoholvolumegehalte moet bestaan uit door gisting verkregen alcohol. Indien het aandeel van gedistilleerde alcohol de overhand heeft moet een product worden ingedeeld in post 2208. Noch in de bewoordingen van de posten 2206 en 2208, noch in de toelichtingen van de WDO is hiervoor een aanknopingspunt te vinden.
Volgens de Hoge Raad is de tariefindeling in dit geval afhankelijk van Europeesrechtelijke bepalingen waarvan niet duidelijk is hoe zij moeten worden uitgelegd. De Hoge Raad heeft daarom het Hof van Justitie EG om een prejudiciële beslissing gevraagd.
Vestiging Wijk & Aalburg
Kortestraat 20
4261 AA Wijk en Aalburg

Vestiging Zaltbommel
Van Voordenpark 6c
5301 KP Zaltbommel

Openingstijden
Maandag t/m vrijdag 07:00 - 17:30u