Plaats van levering bepalend voor naheffing
Bij leveringen aan ondernemers in andere lidstaten van de EG geldt voor de omzetbelasting een nihiltarief als de goederen van Nederland naar deze andere lidstaten worden vervoerd. In die gevallen is namelijk sprake van een intracommunautaire transactie. De afnemer moet deze transacties verwerken in zijn aangiften omzetbelasting.
De belastingdienst legde een naheffingsaanslag op aan een ondernemer ter correctie van de voordruk op zijn inkopen en ter correctie van niet in rekening gebrachte omzetbelasting op leveringen aan in Duitsland en Engeland gevestigde ondernemers.
Voor wat betreft de correctie van de aftrek van voorbelasting was Hof Leeuwarden van oordeel dat de inkoopfacturen niet juist waren omdat uit de feiten bleek dat de goederen waren gekocht van een ander dan de op de facturen vermelde leveranciers. De facturen waren niet juist en daarom was er geen recht op aftrek van voorbelasting. Daarnaast was er al geen recht op aftrek omdat deze leveringen niet in Nederland hadden plaatsgevonden.
Het Hof was van oordeel dat de ondernemer de toepassing van het nihiltarief niet had aangetoond. Daarom had de inspecteur terecht de niet in rekening gebrachte omzetbelasting nageheven. Hoewel het Hof had vastgesteld dat alle goederen vanuit Duitsland direct naar de afnemers in andere lidstaten waren vervoerd, verwierp het Hof de stelling van de ondernemer dat de plaats van deze leveringen niet in Nederland was gelegen omdat het vervoer in Duitsland was begonnen. Op dat punt heeft de Hoge Raad de uitspraak van het Hof vernietigd en de zaak voor verdere behandeling verwezen naar Hof Arnhem.
Bij leveringen aan ondernemers in andere lidstaten van de EG geldt voor de omzetbelasting een nihiltarief als de goederen van Nederland naar deze andere lidstaten worden vervoerd. In die gevallen is namelijk sprake van een intracommunautaire transactie. De afnemer moet deze transacties verwerken in zijn aangiften omzetbelasting.
De belastingdienst legde een naheffingsaanslag op aan een ondernemer ter correctie van de voordruk op zijn inkopen en ter correctie van niet in rekening gebrachte omzetbelasting op leveringen aan in Duitsland en Engeland gevestigde ondernemers.
Voor wat betreft de correctie van de aftrek van voorbelasting was Hof Leeuwarden van oordeel dat de inkoopfacturen niet juist waren omdat uit de feiten bleek dat de goederen waren gekocht van een ander dan de op de facturen vermelde leveranciers. De facturen waren niet juist en daarom was er geen recht op aftrek van voorbelasting. Daarnaast was er al geen recht op aftrek omdat deze leveringen niet in Nederland hadden plaatsgevonden.
Het Hof was van oordeel dat de ondernemer de toepassing van het nihiltarief niet had aangetoond. Daarom had de inspecteur terecht de niet in rekening gebrachte omzetbelasting nageheven. Hoewel het Hof had vastgesteld dat alle goederen vanuit Duitsland direct naar de afnemers in andere lidstaten waren vervoerd, verwierp het Hof de stelling van de ondernemer dat de plaats van deze leveringen niet in Nederland was gelegen omdat het vervoer in Duitsland was begonnen. Op dat punt heeft de Hoge Raad de uitspraak van het Hof vernietigd en de zaak voor verdere behandeling verwezen naar Hof Arnhem.