Persoon schenker is essentieel

Afgezien van de mogelijke toepassing van een vrijstelling moet degene die een schenking krijgt daarover schenkingsrecht betalen. De hoogte van het schenkingsrecht is afhankelijk van de omvang van de schenking en van de relatie tussen schenker en begiftigde. Een onderhandse akte van schenking bevatte een schenking van een moeder aan haar dochter onder de verplichting voor de dochter om eenzelfde bedrag aan haar dochter (de kleindochter dus) te schenken. Deze laatste schenking moest vrij van recht gebeuren. Dat houdt in dat niet de begiftigde maar de schenker het schenkingsrecht betaalt. Die betaling vormt een schenking op zich. De tweede schenking was gedaan onder een aantal ontbindende voorwaarden. De eerste was dat de kleindochter zou overlijden voor haar grootmoeder; de tweede voorwaarde was dat de kleindochter eerder zou overlijden dan haar moeder; de derde voorwaarde was dat de kleindochter een beroep zou doen op een instantie waar een vermogenstoets geldt; de vierde voorwaarde was het niet accepteren van de schenking door de kleindochter. Aanvankelijk legde de inspecteur aan de moeder een aanslag op naar een verkrijging van € 20.000 en aan de kleindochter van € 20.792. Deze laatste aanslag was gebaseerd op het uitgangspunt dat de kleindochter de schenking van haar moeder had gekregen. Na gemaakt bezwaar vernietigde de inspecteur beide aanslagen en legde hij aan de kleindochter een aanslag op naar een verkrijging van € 21.600. Uitgangspunt voor deze aanslag was een schenking vrij van recht door de grootmoeder in plaats van door de moeder. Hof Den Haag vernietigde deze aanslag omdat de kleindochter met deze aanslag voor de tweede maal voor dezelfde verkrijging in de heffing van het schenkingsrecht was betrokken. Volgens het Hof kan dat alleen als is voldaan aan de voorwaarden voor het opleggen van een navorderingsaanslag. De Hoge Raad heeft in cassatie deze uitspraak vernietigd. De persoon van de schenker is een essentieel element van een aanslag schenkingsrecht. Dat betekent dat aanslagen die uitgaan van verschillende schenkers niet op dezelfde verkrijging betrekking kunnen hebben. Indien de eerste aanslag betrekking had op een schenking die in werkelijkheid niet heeft plaatsgevonden, mocht de inspecteur vervolgens een aanslag opleggen voor een schenking die wel heeft plaatsgevonden.
Afgezien van de mogelijke toepassing van een vrijstelling moet degene die een schenking krijgt daarover schenkingsrecht betalen. De hoogte van het schenkingsrecht is afhankelijk van de omvang van de schenking en van de relatie tussen schenker en begiftigde.
Een onderhandse akte van schenking bevatte een schenking van een moeder aan haar dochter onder de verplichting voor de dochter om eenzelfde bedrag aan haar dochter (de kleindochter dus) te schenken. Deze laatste schenking moest vrij van recht gebeuren. Dat houdt in dat niet de begiftigde maar de schenker het schenkingsrecht betaalt. Die betaling vormt een schenking op zich. De tweede schenking was gedaan onder een aantal ontbindende voorwaarden. De eerste was dat de kleindochter zou overlijden voor haar grootmoeder; de tweede voorwaarde was dat de kleindochter eerder zou overlijden dan haar moeder; de derde voorwaarde was dat de kleindochter een beroep zou doen op een instantie waar een vermogenstoets geldt; de vierde voorwaarde was het niet accepteren van de schenking door de kleindochter.
Aanvankelijk legde de inspecteur aan de moeder een aanslag op naar een verkrijging van € 20.000 en aan de kleindochter van € 20.792. Deze laatste aanslag was gebaseerd op het uitgangspunt dat de kleindochter de schenking van haar moeder had gekregen. Na gemaakt bezwaar vernietigde de inspecteur beide aanslagen en legde hij aan de kleindochter een aanslag op naar een verkrijging van € 21.600. Uitgangspunt voor deze aanslag was een schenking vrij van recht door de grootmoeder in plaats van door de moeder. Hof Den Haag vernietigde deze aanslag omdat de kleindochter met deze aanslag voor de tweede maal voor dezelfde verkrijging in de heffing van het schenkingsrecht was betrokken. Volgens het Hof kan dat alleen als is voldaan aan de voorwaarden voor het opleggen van een navorderingsaanslag.
De Hoge Raad heeft in cassatie deze uitspraak vernietigd. De persoon van de schenker is een essentieel element van een aanslag schenkingsrecht. Dat betekent dat aanslagen die uitgaan van verschillende schenkers niet op dezelfde verkrijging betrekking kunnen hebben. Indien de eerste aanslag betrekking had op een schenking die in werkelijkheid niet heeft plaatsgevonden, mocht de inspecteur vervolgens een aanslag opleggen voor een schenking die wel heeft plaatsgevonden.
Vestiging Wijk & Aalburg
Kortestraat 20
4261 AA Wijk en Aalburg

Vestiging Zaltbommel
Van Voordenpark 6c
5301 KP Zaltbommel

Openingstijden
Maandag t/m vrijdag 07:00 - 17:30u