
Giften aan instellingen die het algemeen nut beogen zijn aftrekbaar van het inkomen, mits de giften een inkomensafhankelijke drempel overschrijden. Voor periodieke giften, dat zijn giften in de vorm van een lijfrente, geldt geen aftrekdrempel. Dat betekent dat de volledige gift aftrekbaar is. Bij giften in de vorm van een lijfrente verplicht de schenker zich gedurende de looptijd van de verplichting tot het doen van periodieke uitkeringen. De verplichting vervalt bij het overlijden van de schenker. De jaarlijkse uitkering uit de lijfrenteverplichting vormt een aftrekpost. Die aftrekpost houdt geen verband met de verwerving van inkomen door de belastingplichtige. Naar de bedoeling van de wetgever is dit een "niet-box gebonden" aftrekpost. Volgens de Hoge Raad vormt de lijfrenteverplichting een schuld met waarde in het economische verkeer. Deze verplichting is een onderdeel van de rendementsgrondslag van box 3 en vermindert de belasting in box 3. Naar aanleiding van dit arrest zijn Kamervragen gesteld. In antwoord daarop zegt de staatssecretaris van Financiën dat het arrest van de Hoge Raad ook geldt voor andere persoonsgebonden aftrekposten.
Dat wil volgens de staatssecretaris nog niet zeggen dat ook alimentatieverplichtingen als schuld in mindering komen op de bezittingen in box 3. De staatssecretaris veronderstelt dat net als onder de (afgeschafte) vermogensbelasting rechten en verplichtingen uit het familierecht buiten aanmerking blijven.
De staatssecretaris komt met een voorstel tot wetswijziging waardoor verplichtingen waaruit betalingen voortvloeien die onder de persoonsgebonden aftrek vallen, niet als schuld in box