Pensioenregeling DGA was akkoord
De wet op de loonbelasting bevat een aantal voorschriften waaraan een pensioenregeling moet voldoen. Bij twijfel kan aan de inspecteur worden gevraagd om de pensioenregeling te beoordelen. De inspecteur beslist op een dergelijk verzoek bij voor bezwaar vatbare beschikking.
Een BV legde de voor haar DGA getroffen regeling ter beoordeling voor aan de inspecteur. Die besloot dat de voorgelegde regeling geen pensioenregeling was in de zin van de wet. De pensioentoezegging bevatte onder meer een tijdelijk overbruggingspensioen (TOP) dat volgens de inspecteur niet aan de voorwaarden voldeed. De daarin begrepen AOW-compensatie was gesteld op de volledige AOW-uitkering die als grondslag voor de bepaling van de franchise (het deel van het inkomen waarover geen ouderdomspensioen kan worden opgebouwd vanwege de aanspraak op AOW) was gehanteerd. De opbouw van het ouderdomspensioen geschiedt evenredig aan het verstrijken van de diensttijd. De AOW-franchise wordt diensttijdevenredig toegepast. Volgens de inspecteur moest de AOW-compensatie ook tijdsevenredig worden bepaald. De rechtbank Leeuwarden was van oordeel dat de AOW-compensatie in het TOP kan worden gesteld op de volledige AOW-uitkering. Een dergelijk overbruggingspensioen kan in 10 dienstjaren worden opgebouwd. De wet bepaalt slechts dat voor de AOW-inbouw in het overbruggingspensioen dezelfde grondslag geldt als voor de AOW-inbouw in het ouderdomspensioen. Er is niet vereist dat de AOW-compensatie in het overbruggingspensioen wordt beperkt tot het diensttijdevenredig bepaalde bedrag van de in het ouderdomspensioen ingebouwde AOW-uitkering, aldus de Hoge Raad.
De wet op de loonbelasting bevat een aantal voorschriften waaraan een pensioenregeling moet voldoen. Bij twijfel kan aan de inspecteur worden gevraagd om de pensioenregeling te beoordelen. De inspecteur beslist op een dergelijk verzoek bij voor bezwaar vatbare beschikking.
Een BV legde de voor haar DGA getroffen regeling ter beoordeling voor aan de inspecteur. Die besloot dat de voorgelegde regeling geen pensioenregeling was in de zin van de wet. De pensioentoezegging bevatte onder meer een tijdelijk overbruggingspensioen (TOP) dat volgens de inspecteur niet aan de voorwaarden voldeed. De daarin begrepen AOW-compensatie was gesteld op de volledige AOW-uitkering die als grondslag voor de bepaling van de franchise (het deel van het inkomen waarover geen ouderdomspensioen kan worden opgebouwd vanwege de aanspraak op AOW) was gehanteerd. De opbouw van het ouderdomspensioen geschiedt evenredig aan het verstrijken van de diensttijd. De AOW-franchise wordt diensttijdevenredig toegepast. Volgens de inspecteur moest de AOW-compensatie ook tijdsevenredig worden bepaald. De rechtbank Leeuwarden was van oordeel dat de AOW-compensatie in het TOP kan worden gesteld op de volledige AOW-uitkering. Een dergelijk overbruggingspensioen kan in 10 dienstjaren worden opgebouwd. De wet bepaalt slechts dat voor de AOW-inbouw in het overbruggingspensioen dezelfde grondslag geldt als voor de AOW-inbouw in het ouderdomspensioen. Er is niet vereist dat de AOW-compensatie in het overbruggingspensioen wordt beperkt tot het diensttijdevenredig bepaalde bedrag van de in het ouderdomspensioen ingebouwde AOW-uitkering, aldus de Hoge Raad.