Pand terecht als ondernemingsvermogen aangemerkt

In beginsel bepaalt een ondernemer zelf wat hij tot zijn ondernemingsvermogen wil rekenen en wat niet. Wel moet de ondernemer zijn keuze maken binnen de grenzen van de redelijkheid. Is binnen de grenzen van de redelijkheid zowel de keuze voor ondernemingsvermogen als de keuze voor privévermogen mogelijk, dan is de ondernemer vrij in zijn keuze. Zo mag een uitsluitend als zodanig gebruikte woning tot het ondernemingsvermogen worden gerekend als de bewoning dienstbaar is aan de bedrijfsuitoefening. In die gevallen is een woning dus geen verplicht privévermogen.

De keuze voor ondernemingsvermogen heeft tot gevolg, dat alle kosten ten laste van de winst komen, maar ook dat een eventuele waardestijging tot de winst behoort. Behoudens bijzondere omstandigheden kan een ondernemer op de gemaakte keuze om een vermogensbestanddeel tot zijn ondernemingsvermogen of tot zijn privévermogen te rekenen niet meer terugkomen als de aanslag over enig jaar onherroepelijk vaststaat.

 

Een ondernemer die het bedrijf van zijn vader had voortgezet, werd bij beëindiging van de onderneming geconfronteerd met een lang geleden gemaakte keuze. Vader was in 1950 met zijn bedrijf begonnen in een aanvankelijk gehuurd pand. In 1959 kocht vader de schuren waarin het bedrijf was gevestigd en de bijgelegen woning. Hij rekende het geheel tot zijn ondernemingsvermogen. In 1988 ging vader een vennootschap onder firma aan met zijn zoon. Na het overlijden van vader nam moeder de plaats van vader over. Enkele jaren later nam de zoon het aandeel van moeder over. De woning stond al die jaren op de balans als ondernemingsvermogen. De rechtbank Breda wees het standpunt van de zoon, dat de woning bij aankoop verplicht privévermogen was en onjuist was geëtiketteerd, af. Als argument voor zijn standpunt voerde de zoon aan dat het pand bij de aankoop door vader splitsbaar was en dat de woning niet dienstbaar was aan de onderneming en enkel voor privédoeleinden was gebruikt. Volgens de rechtbank was de woning keuzevermogen omdat de woning dienstbaar was aan de bedrijfsuitoefening. Gevolg was dat de meerwaarde van de woning bij de staking van de onderneming belast was. Hof Den Bosch heeft in hoger beroep het oordeel van de rechtbank onderschreven.

<P style="MARGIN: 0cm 0cm 0pt">In beginsel bepaalt een ondernemer zelf wat hij tot zijn ondernemingsvermogen wil rekenen en wat niet. Wel moet de ondernemer zijn keuze maken binnen de grenzen van de redelijkheid. Is binnen de grenzen van de redelijkheid zowel de keuze voor ondernemingsvermogen als de keuze voor privévermogen mogelijk, dan is de ondernemer vrij in zijn keuze. Zo mag een uitsluitend als zodanig gebruikte woning tot het ondernemingsvermogen worden gerekend als de bewoning dienstbaar is aan de bedrijfsuitoefening. In die gevallen is een woning dus geen verplicht privévermogen. </P>
<P style="MARGIN: 0cm 0cm 0pt">De keuze voor ondernemingsvermogen heeft tot gevolg, dat alle kosten ten laste van de winst komen, maar ook dat een eventuele waardestijging tot de winst behoort. Behoudens bijzondere omstandigheden kan een ondernemer op de gemaakte keuze om een vermogensbestanddeel tot zijn ondernemingsvermogen of tot zijn privévermogen te rekenen niet meer terugkomen als de aanslag over enig jaar onherroepelijk vaststaat. </P>
<P style="MARGIN: 0cm 0cm 0pt"><?xml:namespace prefix = o ns = "urn:schemas-microsoft-com:office:office" /><o:p>&nbsp;</o:p></P>
<P style="MARGIN: 0cm 0cm 0pt">Een ondernemer die het bedrijf van zijn vader had voortgezet, werd bij beëindiging van de onderneming geconfronteerd met een lang geleden gemaakte keuze. Vader was in 1950 met zijn bedrijf begonnen in een aanvankelijk gehuurd pand. In 1959 kocht vader de schuren waarin het bedrijf was gevestigd en de bijgelegen woning. Hij rekende het geheel tot zijn ondernemingsvermogen. In 1988 ging vader een vennootschap onder firma aan met zijn zoon. Na het overlijden van vader nam moeder de plaats van vader over. Enkele jaren later nam de zoon het aandeel van moeder over. De woning stond al die jaren op de balans als ondernemingsvermogen. De rechtbank Breda wees het standpunt van de zoon, dat de woning bij aankoop verplicht privévermogen was en onjuist was geëtiketteerd, af. Als argument voor zijn standpunt voerde de zoon aan dat het pand bij de aankoop door vader splitsbaar was en dat de woning niet dienstbaar was aan de onderneming en enkel voor privédoeleinden was gebruikt. Volgens de rechtbank was de woning keuzevermogen omdat de woning dienstbaar was aan de bedrijfsuitoefening. Gevolg was dat de meerwaarde van de woning bij de staking van de onderneming belast was. Hof Den Bosch heeft in hoger beroep het oordeel van de rechtbank onderschreven.</P>
Vestiging Wijk & Aalburg
Kortestraat 20
4261 AA Wijk en Aalburg

Vestiging Zaltbommel
Van Voordenpark 6c
5301 KP Zaltbommel

Openingstijden
Maandag t/m vrijdag 07:00 - 17:30u