Pand bleef ondernemingsvermogen na staking
Wanneer een ondernemer zijn bedrijf beëindigt, gaan de tot op dat moment tot het ondernemingsvermogen behorende bezittingen en schulden over naar het privévermogen van de ondernemer. Uitzondering geldt uiteraard voor die vermogensbestanddelen die worden overgedragen aan een eventuele koper van het bedrijf. Ook een bedrijfsmiddel dat in afwachting van verkoop wordt aangehouden gaat niet tot privévermogen horen, maar blijft onderdeel van het ondernemingsvermogen. Gevolg daarvan is dat een waardeverandering van het bedrijfsmiddel na de bedrijfsbeëindiging belast is.
De situatie waarin een bedrijfsmiddel ondanks de beëindiging van het bedrijf niet naar het privévermogen kon worden overgebracht deed zich voor bij een ondernemer die zich wegens gebrek aan eigen middelen gedwongen zag om al korte tijd later het voormalige bedrijfspand te verkopen. Het verschil tussen de verkoopopbrengst en de boekwaarde ervan was onderdeel van de stakingswinst van de ondernemer. In zijn aangifte inkomstenbelasting was de ondernemer uitgegaan van een lagere stakingswinst, omdat hij het bedrijfspand voor een beduidend lagere waarde had willen overbrengen naar het privévermogen.
Wanneer een ondernemer zijn bedrijf beëindigt, gaan de tot op dat moment tot het ondernemingsvermogen behorende bezittingen en schulden over naar het privévermogen van de ondernemer. Uitzondering geldt uiteraard voor die vermogensbestanddelen die worden overgedragen aan een eventuele koper van het bedrijf. Ook een bedrijfsmiddel dat in afwachting van verkoop wordt aangehouden gaat niet tot privévermogen horen, maar blijft onderdeel van het ondernemingsvermogen. Gevolg daarvan is dat een waardeverandering van het bedrijfsmiddel na de bedrijfsbeëindiging belast is.
De situatie waarin een bedrijfsmiddel ondanks de beëindiging van het bedrijf niet naar het privévermogen kon worden overgebracht deed zich voor bij een ondernemer die zich wegens gebrek aan eigen middelen gedwongen zag om al korte tijd later het voormalige bedrijfspand te verkopen. Het verschil tussen de verkoopopbrengst en de boekwaarde ervan was onderdeel van de stakingswinst van de ondernemer. In zijn aangifte inkomstenbelasting was de ondernemer uitgegaan van een lagere stakingswinst, omdat hij het bedrijfspand voor een beduidend lagere waarde had willen overbrengen naar het privévermogen.