
De Gemeentewet geeft gemeenten de mogelijkheid om een aantal belastingen en heffingen in te stellen. Voor gemeentelijke heffingen geldt een opbrengstlimiet, die inhoudt dat tarieven zodanig moeten worden vastgesteld dat de geraamde opbrengsten niet hoger zijn dan de geraamde lasten van de heffing. De Hoge Raad heeft in een arrest uit 2009 gezegd dat de tariefstelling van een gemeentelijke heffingsverordening in zijn geheel onverbindend is wanneer:
1. het de gemeente op voorhand duidelijk moet zijn geweest dat de bepaalde posten niet dienen ter dekking van de kosten waarvoor het recht wordt geheven, en
2. na eliminatie van deze posten uit de lastenraming de geraamde baten in betekenende mate uitgaan boven het gecorrigeerde bedrag van de geraamde lasten.
Hof Arnhem heeft het begrip "in betekenende mate overschrijden" uitgelegd als “de geraamde lasten met tenminste 25% overstijgen”. Die uitleg is volgens de Hoge Raad niet juist. Van "in betekenende mate overschrijden" is als sprake als de geraamde baten de gecorrigeerde geraamde lasten met 10% overstijgen.