Overgangsregeling FBI van toepassing bij bewust statusverlies

Per 1 januari 1997 is de bijzondere regeling in de vennootschapsbelasting voor fiscale beleggingsinstellingen gewijzigd. In verband daarmee is een overgangsregeling getroffen. Deze regeling hield in, dat de vrijval van de reserves bij het verlies van de status van fiscale beleggingsinstelling werden belast tegen een bijzonder tarief van 15 % in plaats van het normale vennootschapsbelastingtarief. Volgens de Hoge Raad mocht de overgangsregeling worden toegepast door een fiscale beleggingsinstelling, die een commanditaire vennootschap aanging met een andere BV. De fiscale beleggingsinstelling werd beherend vennoot van de CV en bracht zijn gehele beleggingsportefeuille in. De commanditaire vennoot bracht een bedrag in contanten in. De inbreng in de CV had tot gevolg, dat het belang bij de beleggingsportefeuille verschoof. Daardoor kon de beleggingsinstelling de beleggingsportefeuille onbelast herwaarderen door toevoeging aan de herbeleggingsreserve. Door te kiezen voor verlies van de status van fiscale beleggingsinstelling moest in 1997 de herbeleggingsreserve, zoals die ultimo 1996 op de balans stond, tot de winst gerekend worden. De belasting daarover was 15 %. De Hoge Raad verwees naar de parlementaire behandeling van de overgangsregeling. De wetgever heeft daarbij uitdrukkelijk de mogelijkheid genoemd om meerwaarden voorafgaande aan het tijdstip van statusverlies te realiseren en toe te voegen aan de herbeleggingsreserve, met toepassing van het overgangstarief als gevolg. Dat hield niet in, dat er een incidenteel fiscaal voordeel was behaald. De uitspraak van Hof Amsterdam bleef in stand.
Per 1 januari 1997 is de bijzondere regeling in de vennootschapsbelasting voor fiscale beleggingsinstellingen gewijzigd. In verband daarmee is een overgangsregeling getroffen. Deze regeling hield in, dat de vrijval van de reserves bij het verlies van de status van fiscale beleggingsinstelling werden belast tegen een bijzonder tarief van 15 % in plaats van het normale vennootschapsbelastingtarief. Volgens de Hoge Raad mocht de overgangsregeling worden toegepast door een fiscale beleggingsinstelling, die een commanditaire vennootschap aanging met een andere BV. De fiscale beleggingsinstelling werd beherend vennoot van de CV en bracht zijn gehele beleggingsportefeuille in. De commanditaire vennoot bracht een bedrag in contanten in. De inbreng in de CV had tot gevolg, dat het belang bij de beleggingsportefeuille verschoof. Daardoor kon de beleggingsinstelling de beleggingsportefeuille onbelast herwaarderen door toevoeging aan de herbeleggingsreserve. Door te kiezen voor verlies van de status van fiscale beleggingsinstelling moest in 1997 de herbeleggingsreserve, zoals die ultimo 1996 op de balans stond, tot de winst gerekend worden. De belasting daarover was 15 %. De Hoge Raad verwees naar de parlementaire behandeling van de overgangsregeling. De wetgever heeft daarbij uitdrukkelijk de mogelijkheid genoemd om meerwaarden voorafgaande aan het tijdstip van statusverlies te realiseren en toe te voegen aan de herbeleggingsreserve, met toepassing van het overgangstarief als gevolg. Dat hield niet in, dat er een incidenteel fiscaal voordeel was behaald. De uitspraak van Hof Amsterdam bleef in stand.
Vestiging Wijk & Aalburg
Kortestraat 20
4261 AA Wijk en Aalburg

Vestiging Zaltbommel
Van Voordenpark 6c
5301 KP Zaltbommel

Openingstijden
Maandag t/m vrijdag 07:00 - 17:30u