Overgangsrecht Flexwet
Per 1 januari 1999 zijn de regels voor ontslag versoepeld door de invoering van de Flexwet. De bestaande termijnen voor opzegging van de dienstbetrekking zijn bij de invoering van deze wet verkort. De Flexwet bevat een overgangsregeling, waardoor bestaande langere opzegtermijnen voor werknemers van 45 jaar of ouder gehandhaafd blijven zolang de werknemer bij dezelfde werkgever in dienst blijft.
Volgens Hof Den Haag betekent deze regeling dat een vergelijking moet worden gemaakt tussen de opzegtermijn zoals die gold per 1 januari 1999 volgens het oude recht en die volgens het nieuwe recht. Het oude recht kende geen korting van de termijn wegens opzegging na een verleende ontslagvergunning. Dat betekent volgens het Hof dat een dergelijke korting bij de berekening van de geldende opzegtermijn op het tijdstip van het in werking treden van de Flexwet buiten beschouwing moet worden gelaten. De oude vaste termijn is geldend totdat de werknemer volgens het nieuwe recht een langere opzegtermijn heeft opgebouwd. De werkgever had bij de opzegging van een dienstverband een korting van een maand toegepast op de opzegtermijn van zes maanden die in de arbeidsovereenkomst was vastgelegd. Het Hof veroordeelde de werkgever tot betaling van het salaris, de vakantietoeslag en de eindejaarsuitkering over een maand. De door de werkgever betaalde bedragen ter aanvulling van de uitkering van de werknemer mochten daarop in mindering worden gebracht.
Per 1 januari 1999 zijn de regels voor ontslag versoepeld door de invoering van de Flexwet. De bestaande termijnen voor opzegging van de dienstbetrekking zijn bij de invoering van deze wet verkort. De Flexwet bevat een overgangsregeling, waardoor bestaande langere opzegtermijnen voor werknemers van 45 jaar of ouder gehandhaafd blijven zolang de werknemer bij dezelfde werkgever in dienst blijft.
Volgens Hof Den Haag betekent deze regeling dat een vergelijking moet worden gemaakt tussen de opzegtermijn zoals die gold per 1 januari 1999 volgens het oude recht en die volgens het nieuwe recht. Het oude recht kende geen korting van de termijn wegens opzegging na een verleende ontslagvergunning. Dat betekent volgens het Hof dat een dergelijke korting bij de berekening van de geldende opzegtermijn op het tijdstip van het in werking treden van de Flexwet buiten beschouwing moet worden gelaten. De oude vaste termijn is geldend totdat de werknemer volgens het nieuwe recht een langere opzegtermijn heeft opgebouwd. De werkgever had bij de opzegging van een dienstverband een korting van een maand toegepast op de opzegtermijn van zes maanden die in de arbeidsovereenkomst was vastgelegd. Het Hof veroordeelde de werkgever tot betaling van het salaris, de vakantietoeslag en de eindejaarsuitkering over een maand. De door de werkgever betaalde bedragen ter aanvulling van de uitkering van de werknemer mochten daarop in mindering worden gebracht.