Overgangsrecht AWR in Invoeringswet IB 2001
Omdat haar echtgenoot in 1999 een negatief inkomen had werd een vrouw in dat jaar ingedeeld in tariefgroep 3. Toen de belastingdienst een boekenonderzoek instelde bij de man bleek, dat zijn inkomen in 1999 niet negatief was. De belastingdienst legde hem een navorderingsaanslag op. Ook de (inmiddels ex-) echtgenote ontving een navorderingsaanslag, omdat zij door het later vastgestelde inkomen van de man ten onrechte in tariefgroep 3 was ingedeeld. Voor die navorderingsaanslag was geen nieuw feit nodig. Voor het geval niet de wettekst uit het belastingjaar maar die uit het jaar van navordering bepalend was stelde Hof Leeuwarden vast dat er wel een nieuw feit was, namelijk de aan de ex-man opgelegde navorderingsaanslag. Volgens het Hof heeft de wetgever geen overgangsregeling getroffen voor gevallen waarbij na 1 januari 2001 navordering van inkomstenbelasting plaatsvindt die betrekking heeft op de jaren tot en met 2000. De Hoge Raad heeft aangegeven dat dit oordeel onjuist is. De Invoeringswet Wet Inkomstenbelasting 2001 bevat overgangsrecht voor deze situatie. Op grond daarvan blijven de oude bepalingen zoals die op 31 december 2000 golden van toepassing bij navordering van inkomstenbelasting die betrekking heeft op de periode voor 1 januari 2001. Dat betekende dat in deze procedure kon worden nagevorderd zonder dat sprake was van een zogenaamd nieuw feit.
Omdat haar echtgenoot in 1999 een negatief inkomen had werd een vrouw in dat jaar ingedeeld in tariefgroep 3. Toen de belastingdienst een boekenonderzoek instelde bij de man bleek, dat zijn inkomen in 1999 niet negatief was. De belastingdienst legde hem een navorderingsaanslag op. Ook de (inmiddels ex-) echtgenote ontving een navorderingsaanslag, omdat zij door het later vastgestelde inkomen van de man ten onrechte in tariefgroep 3 was ingedeeld. Voor die navorderingsaanslag was geen nieuw feit nodig. Voor het geval niet de wettekst uit het belastingjaar maar die uit het jaar van navordering bepalend was stelde Hof Leeuwarden vast dat er wel een nieuw feit was, namelijk de aan de ex-man opgelegde navorderingsaanslag. Volgens het Hof heeft de wetgever geen overgangsregeling getroffen voor gevallen waarbij na 1 januari 2001 navordering van inkomstenbelasting plaatsvindt die betrekking heeft op de jaren tot en met 2000. De Hoge Raad heeft aangegeven dat dit oordeel onjuist is. De Invoeringswet Wet Inkomstenbelasting 2001 bevat overgangsrecht voor deze situatie. Op grond daarvan blijven de oude bepalingen zoals die op 31 december 2000 golden van toepassing bij navordering van inkomstenbelasting die betrekking heeft op de periode voor 1 januari 2001. Dat betekende dat in deze procedure kon worden nagevorderd zonder dat sprake was van een zogenaamd nieuw feit.