
De koop en verkoop van twee verhuurde sportcentra vond plaats in de vorm van een ABCD-transactie. De sportcentra werden op één dag verkocht en geleverd aan partij B, partij C en partij D. Partij D zette de verhuur van de onroerende zaken aan de exploitant van de sportcentra voort.
De overgang van een algemeenheid van goederen is geen levering of dienst voor de omzetbelasting. Volgens het Hof van Justitie EU is deze regeling van toepassing voor elke overdracht van een handelszaak, een onderneming of een bedrijfsonderdeel waarmee een autonome economische activiteit kan worden uitgeoefend. De verkrijger moet wel de bedoeling hebben om deze onderneming te exploiteren en niet om deze onmiddellijk te liquideren. De verkoop van een voorraad producten valt niet onder deze regeling. Voor de toepassing van de regeling moet het gaan om een algemeenheid van goederen die voorafgaand aan de overgang door één ondernemer in het kader van zijn onderneming zijn gebruikt en worden overgedragen om door één andere ondernemer te worden geëxploiteerd.
De overdracht van de twee verhuurde sportcentra betrof een algemeenheid van goederen. Er was geen sprake van een levering, ook al was sprake van een ABCD-transactie, waarbij de tussenliggende partijen de onderneming niet exploiteerden, maar de uiteindelijke afnemer wel. Bepalend was dat de overgedragen onderneming door de tussenliggende schakels niet is vereffend of geliquideerd.
Omdat de overdracht door C aan D geen (vrijgestelde) levering was, moest de opgelegde naheffingsaanslag vervallen. De naheffingsaanslag had betrekking op de voorbelasting die partij C in aftrek had gebracht. Deze bestond uit de omzetbelasting over de aan partij B betaalde aanbrengfee en de omzetbelasting over de makelaarscourtage en een declaratie van het notariskantoor.